GRONINGEN EN GRUNNEGER, de geschiedenis van Westerwolde tot 1400
1361
Dit was het jaar van de Marcellusvloed en grote delen van het Reiderland kwamen onder water te staan.
Westerwolde kwam aan zee te liggen. De oude zee- en rivierdijken zijn bij Wedde en Blijham nog duidelijk herkenbaar. De plaatsen Blijham en Bellingwolde werden later niet meer tot het Reiderland gerekend maar tot Westerwolde.
Adde Addinga, door overstromingen verdreven uit het Reiderland, verkreeg het leenheerschap
over de heerlijkheid Westerwolde van de abt van het klooster van Corvey (bij Höxter - Duitsland).
Dus niet rechtstreeks van de bisschop van Munster!
Westerwolde is tot in de 16e eeuw kerkelijk onderhorig geweest aan de abdij van Corvey en daarmee
aan de bisschop van Osnabrück. In 1561 werd Westerwolde onder het bisdom Groningen gebracht.
De kerkelijke invloed van het klooster Corvey blijkt ook uit het wapen van Winschoten, Sint Vitus. De kerk van
Winschoten stond onder voogdij van het klooster van Corvey en gewijd aan Sint Vitus evenals Corvey.
Overigens behoorde Groningen toen onder het bisdom Utrecht, terwijl de Ommelanden tot het bisdom Münster behoorden.
Het wapen van Westerwolde bestaat uit een korenschoof met uitspringende aren.
1362-1370
Het huis te Wedde wordt gebouwd, nu meestal genoemd de burcht te Wedde. Wedde als plaats voor een burcht
is niet toevallig gekozen. Wedde lag aan een handelsroute welke van de stad Groningen naar Lingen en Westfalen leidde.
1391
In dit jaar is voor het eerst sprake, in een oorkonde, van het huis te Wedde. Egge Addinga I (zoon van Adde)
wordt echter nog aangeduid als hoofdeling in Reiderland. De bevolking van Westerwolde had moeite met het aanvaarden van de heerschappij van Egge Addinga. Zoals de rechtspraak, het opleggen van boetes en tolheffing. Toen Egge op weg was van Onstwedde naar Wedde is hij ter hoogte van Wessinghuizen aangevallen en vermoord.
Toch blijkt vervolgens de macht van de Addinga's. De Westwoldigers beloofden, in een oorkonde dd. 4 juni 1391,
aan Adde, Hayo en Boele (nog minderjarige zonen van Egge) Focke Kekesma (weduwe van Egge) en Umke Rypperdes (hoofdeling te Farmsum) en Wyarde Memminge (hoofdeling te Bunde), Memmen en zoon Tiabbeken Jelderkes de verplichtingen na te
komen die zij ook hadden met de overleden Egge.
1392
In dit jaar wordt voor de eerste maal, in een acte gedateerd 12 maart 1392, het slot te Wedde genoemd, bewoond door de Addinga's. In deze acte van Hendrik, bisschop van Munster, wordt bevestigd dat Wyarde Memminge, Memmen en Tiabbeken Jelderkes hebben verkocht en overgedragen het slot met land en rechten op geheel Westerwolde alsmede het rechterschap etc.
-Naar boven-
Groningen en Grunneger