1427
Hayo sluit een verdrag met Groningen (zoenoffer 400 Beiersche guldens) en met de bisschop
van Munster, hij behoort dan tot de bisschoppelijke vasallen. Ook Hayo had met de Westerwoldigers
de nodige problemen, hij sterft echter een natuurlijke dood en zoon Egge wordt hoofdeling van Westerwolde.
Hij benoemd de voorzitter van de 12 gemeenterichters. En Egge sluit een verdrag met de bisschop van Munster.
1443
In 1443 sloot de stad Groningen een verbond met Egge Addinga. De stad Groningen probeerde zijn macht en invloed in Westerwolde uit te breiden.
1444
Elmich Cirksena, heer van Oost-Friesland beklaagt zich bij Groningen over de "rooverijen van den handel" (vooral
van de Hamburgers) door Oost-Friesche ballingen waar ook Egge bij betrokken was.
1447
Ook de bevolking van Westerwolde had groot ongenoegen over het optreden van Egge Addinga.
Dit betrof met name het binnenhalen en beschermen van vreemdelingen en ballingen.
De Westerwoldigers sluiten met de Groningers een overeenkomst om het eigenhandig
optreden van de hoofdeling in te perken, dit betrof rechtspraak en veiligheid. Men kon na een uitspraak
van de meente of landrichteren (voorzitter de hoofdeling) binnen 10 dagen in beroep gaan bij de bestuurders van Groningen.
De hoofdeling was het hier niet mee eens en zag kans om dit iets meer naar zijn hand te zetten (benoeming richters etc.).
1448
De 12 richters veroordeelden een inwoner van Weener. En Egge was het met dit vonnis
geheel oneens. Hij greep in en de Weener werd gevangen gezet in de burcht. Tegelijkertijd
lichtte hij de bisschop van Munster in. Echter de richters vroegen de Groninger Raad
om vrijstelling van de gevangene. Dit alles liep nog met een sisser af.
1458
De ingezetenen van Westerwolde sluiten een overeenkomst met de kinderen
van Egge Addinga en andere hoofdelingen.
1459
De redgers (richters), en onderzaten en ingezetenen, bevestigen opnieuw hun leenroerigheid aan
de bisschop (zoals ook in 1316 gebeurde). Vervolgens bevestigde de bisschop hun rechten, goede gewoonten en vrijheden. Dit betekende eigenlijk dat Egge niet volledig werd erkent (zacht uitgedrukt). Egge op zijn beurt verklaarde bij de bisschop de leenroerigheid van hem, van zijn ouderen en zijn voorzaten, op geheel Westerwolde.
Egge hield vervolgens de pachten en inkomsten behalve het hoendergeld (1 hoen per schoorsteen door de bewoners rechtstreeks verschuldigd aan de bisschop van Munster). Dit hoendergeld was al ingevoerd in 1316.
Met voorgaande feiten werden de Westerwoldigers weer onderdanen van de bisschop maar nog meer plichtig aan de leenheer.
1464
Het klooster te Ter Apel dateert uit 1464. Het is een kruisherenklooster en vanaf deze tijd is ook het dorp
Ter Apel ontstaan.
-Naar boven-
1470
De Westerwoldigers probeerden zich nog meer los te maken van Egge Addinga. Zij
schreven "het Westerwolder landrecht van 1470". Een heel bijzonder stuk tekst! Met name gebaseerd
op door gebruik in het verleden ontstane rechten en plichten.
Honderden jaren lang werd er recht gesproken door 12 gekozen of aangewezen rechtsheren "gezworenen", een
systeem met diepe wortels. Door de heerschappij van de heren te Wedde had dit systeem betekenis verloren. Echter de keuze van de rechter was nu weer aan de 12 gezworenen, op eigen gezag weer ingevoerd. In deze tekst heeft men, op basis van overlevering en gewoonten, belangrijke rechten omschreven. Eén en ander zonder overleg met Egge Addinga. (blz. 159)
In dit landrecht staan ook bepalingen over de breedte der wegen. Bij heerwegen (hoofdweg van
Winschoten via Wedde naar Bourtange) was dit 32 voet, bij kerkwegen 12 voet, bij lijkwegen en bruggen 6 voet.
1473
Tegenslagen voor Egge: Het overlijden van zijn dochter en even later haar echtgenoot.
Het leven van Egge werd een aaneenschakeling van willekeurige en wederrechtelijke handelingen.
Tyrannie is de samenvattende benaming.
21 april 1475
Dit is de dag van de afrekening. Er ontstaat een grote volksoploop en Egge wordt door
woedende Westerwoldigers achterna gezeten en vlak bij de borg dood geslagen. De borg wordt geplunderd. In die tijd was nog sprake van bloedwraak.
Het lijk werd dan, voor de begrafenis, getoond aan de hoofdrechter.
Vervolgens kwam er een wettige, openbare, en plechtige betuiging van wraak te willen nemen. Daarna werd
het lijk naar de kerk gedragen en begraven. Bij de begrafenis werd door de oudste zoon met getrokken
zwaard nogmaals tot wraak opgeroepen. De bloedwraak van Hayo de zoon van Egge wordt echter, met tussenkomst van de Bisschop, afgekocht! Wel werden later enige daders opgepakt en ter dood gebracht.
1476
Op 7 juli 1476 is een verdrag gedateerd, het verdrag van Berergern. In dit verdrag staat dat Haye Addinga een bekwame
richter aanstelt en de ingezetenen benoemen de 12 richters welke toezien op goede rechtspraak etc.
Hayo werd hoofdeling van de bisschop, maar was feitelijk een duitse roofridder en was nog erger dan zijn vader.
De nieuw gekozen pastoor van Onstwedde was iemand met karakter. Hij liet zich niet beledigen
door de mannen van Hayo en ging tegen hen in. Vervolgens werd dit overgebracht bij Hayo en deze ontbood vervolgens
de pastoor op de burcht. Echter de pastoor herhaalde hier zijn tegenwerpingen. Dit had Hayo niet verwacht en hij accepteerde dit ook niet. Het directe gevolg was dat de pastoor op een gruwelijke manier werd vermoord: vierendeling met paarden. De Westerwoldigers namen het besluit rechtstreeks hun beklag bij de paus te doen, ze vertrouwden
uiteraard de hoofdeling en de bisschop niet.
De nacht voordat de priester in Onstwedde af zou reizen naar de paus werd deze opgepakt, mishandeld
en verdronken door de mannen van Hayo.
Hiermee groeide de weerstand tegen Hayo en het volk bereidde zich voor op oorlog en trotseerde
zijn plannen om het lijk van de priester te verbranden. Hier begon de nederlaag van Hayo zich af te tekenen.
Maar de verklaring van Hayo dat ook Blijham en Bellingwolde tot zijn gebied behoorden was met name voor de
stad Groningen de druppel die de emmer deed overlopen, beide plaatsen behoorden bij het Oldambt en daarmee
tot de invloedsfeer van de Stad Groningen.
Ook de officiaal van Osnabrück, en uiteindelijk ook de bisschop van Munster, keerden zich tegen hem.
-Naar boven-
1478
De Groningers kwamen naar Wedde en braken de borg tot de grond toe af. De bisschop van Munster liet niets van zich horen. Daarna stelden ze zelf een drost aan welke zich vestigde in de Pekelborg. Hayo bracht het leven er af, en heeft nog herhaaldelijk geprobeerd weer meer invloed te krijgen.
1 april 1482
De bisschop verpandde en gaf voor de duur van 20 jaar in leen aan de stad Groningen het gericht over de vijf kerspellen Wedde, Vlachtwedde, Onstwedde, Sellingen en Friescheloo, voor 2.000 Overlandsche rijksguldens als pandpenningen.
De Groningers bouwden een borg aan de Pekel A. En de drost aldaar ging over Westerwolde en het
Oldambt. De tweede drost werd gevestigd in Oterdum aan de Eems en ging over de dorpen in het kleigebied.
Oterdum was tot dan redelijk belangrijk door zijn ligging. Oterdum kon in de 16e eeuw niet ingenomen worden door de Groningse Spaansgezinden, echter daartoe werden omliggende gebieden wel onder water gezet.
Tussen Groningen en de bisschop van Munster ontstond een verwijdering doordat de bisschop vond dat Groningen
veel te ver ging.
1486
Hayo Addinga klopte vergeefs aan bij de abt van Corvey. Maar het gevolg was wel dat hij toestemming kreeg
van de bisschop om de burcht weer op te bouwen, zij het onder beperkende voorwaarden.
Hij beloofde een getrouw leenman en onderdaan te zijn etc. Hij wordt dan ook erfelijk ambtsman van de bisschop.
De opvolger van Hayo was zijn zoon Jurgen, deze wordt eenvoudig jonker te Wedde genoemd.
In 1525 opgevolgd door zijn zoon die weer Hayo heette en uitweek naar de Ommelanden, hij ligt begraven in de kerk van Zandeweer.
1489
Hermannus Kopis wordt aangesteld als richter namens Conrade van Redberge, bisschop van Munster.
1498
In dit jaar gaan alle rechten weer naar de bisschop deze wordt daarmee wereldlijk landsheer van Westerwolde.
1514
De stad erkende hertog Karel van Gelre als heer en beschermer. Deze wilde een Oost-Nederlandse staat met Arnhem
als hoofdplaats.
1515
Johan ten Venhus wordt aangesteld als richter namens de bisschop van Munster.
1520
Omstreeks dit jaar bereikte de Dollard zijn grootste omvang. Westerwolde lag daarmee, bij hoog water, in het noorden aan zee. Het Westerwolder landrecht vermeld zelfs iets over strandvonderij.
Vanaf deze tijd werd de Dollard vervolgens langzaam door dichtslibbing en bedijking van polders weer teruggewonnen.
-Naar boven-
1530
Hertog Karel van Gelder wordt meester van Westerwolde, het Oldambt en de burcht (kasteel). Veldheer Berndt van Hackfort zorgde daarvoor. En wordt daarom drost, naast het beheer ook belast met rechtspraak. Onder Karel wordt er verder gebouwd aan het kasteel.
Een ringmuur met 4 bastions, een poortgebouw met gevangeniscellen. De kerktoren van Vlagtwedde diende o.a. als
bouwmateriaal.
Eeuwenlang is er recht gesproken in de burcht te Wedde, de terechtstellingen gebeurden op de giezelbarg welke even
buiten Wedde ligt.
1533
De hertog geeft het Wedder slot in leen aan Vrouwe Bawyne van Heemstra (weduwe van Roelof van Munster, voormalig drost in Drenthe) en haar zoon Jurgen. Ze zijn afkomstig van de borg Duirsum in den Ham te Loppersum, na verjaagd te zijn uit Drenthe. De hertog stond in het krijt bij de weduwe doordat Roelof van Munster hem waarschijnlijk geld leende. De hertog betaalde dat terug door de inkomsten uit het drostambt te schenken.
1536
Georg van Munster (zoon van) is slotvoogd. Hij wordt tijdens de veldslag met 's keizers (Karel V) stadhouder van Groningen,
Georg Schenck van Toutenburg, gevangen genomen. Bawyne van Heemstra moet met haar "hofhouding" terug naar Loppersum.
Keizer Karel streefde naar een Bourgondische staat van 17 Nederlandse gewesten. Schenk van Toutenburg werd daarop leenheer van Westerwolde. De aanspraken van Munster golden volgens hen niet meer en de aanspraken van de Addinga's worden niet meer erkend.
1538
Door de Westerwoldigers werd een verzoek ingediend bij keizer Karel. Dit betrof het terugbrengen van de zware lasten
ingevoerd door Karel van Gelre en het herstellen van de privileges en rechten. Gedateerd 12 augustus 1538 is de akte
van keizer Karel. Daarin wordt, in de eerste plaats, door keizer Karel bevestigd het verzoek van de inwoners:
Zij worden ontlast van zwaarvallende erfdienstbaarheden zoals
- huisdienst
- molenrecht
- handhaven van privileges en rechten, sinds onheugelijke tijden in bezit van Westerwoldigers
- wel het betalen van jaartax en hoendergeld zoals altijd gebruikelijk
Na advies etc. is het besluit van keizer Karel:
- Zij zullen worden geregeerd op rechtvaardige wijze
- zij zullen richters krijgen uit Westerwolde zoals gebruikelijk
- de huisdienst is maximaal 1 dag/jaar, te verrichten voor de drost of ambtsdragers
- het koren hoeft niet meer verplicht bij de aangewezen molens te worden vermalen
- buiten het hoendergeld wordt de jaartax 320 gouden guldens verdeeld over de dorpen
- tegen vonnissen van de drost kan in beroep gegaan worden bij de stadhouder en hoofdmannen van de stad
Groningen en Ommelanden.
Westerwolde komt aldus in handen van keizer Karel V, ook de burcht, per 25 augustus 1538.
Keizer Karel stelde twee rechters aan, over Blijham en Bellingwolde, en
over Westerwolde. Zij stonden onder gezag van de drost te Wedde. Men kon dus in beroep gaan bij de drost en
vervolgens bij de stadhouder en de hoofdelingen. Bovendien benoemde hij Georg Schenck van Toutenburg tot leenheer van
de heerlijkheid Wedde, Westerwolde, Blijham en Bellingwolde wegens zijn trouwe dienst.
-Naar boven-
1540
Karel Schenk volgt zijn vader op. Deze Karel stond niet in hoog aanzien in vergelijking met zijn vader.
Tijdens de periode Schenk wordt er gebouwd aan het kasteel, zie
ook de nog aanwezige gedenksteen met jaartal 1541 en 1558.
1545
Op 11-jarige leeftijd kwam prins Willem van Oranje in de Nederlanden. Hij stond in hoge gunst bij keizer Karel en
diens zuster de landvoogdes Maria.
1555
In de grote zaal van het hof van Brabant te Brussel, het oude paleis van de hertogen van Brabant, deed
Karel V op 25 october afstand van de regering. Philips II de opvolger van Karel V ging al snel terug naar Spanje, dit land had zijn voorkeur. Spanje was een rijk en machtig land. Een voorbeeld van de Spaanse heerschappij is b.v. de gedeeltelijke vernietiging van de Inca´s in de eerste helft van de 16e eeuw. De buit bestond uit zeer grote hoeveelheden goud en zilver,
welke naar Spanje vervoerd werden. Daaruit is ook de oorlog met de Nederlanden betaald
28 februari 1561
Schenk draagt het slot en het leenheerschap over de heerlijkheid over aan de stadhouder Johan de Ligne, graaf van Arembergh
en diens echtgenote Margaretha van der Marck tegen f 1000 per jaar levenslang. Een en ander met toestemming van Philips II en dus kreeg Westerwolde een Spaansgezinde leenheer.
Karel Schenk overleed echter voor de eerste vervaldag, de stadhouder kreeg het leen dus min of meer als geschenk,
maar dat duurde niet lang.
1567
In dit jaar wordt het Westerwolder landrecht vernieuwd.
Op 22 augustus van dit jaar, na de aanbieding van het smeekschrift door de edelen aan de landvoogdes
een jaar eerder, vond de intocht plaats van Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva in Brussel. Hij had een leger van
10.000 man.
Misschien toch niet toevallig dat dit jaar het Westerwolder landrecht werd vernieuwd met de bisschop van Munster.
1568
Op 24 april kwam Graaf Lodewijk van Nassau, vanuit Duitsland, in Westerwolde. Hij nam de burcht in, en vestigde er een
gedeelte van zijn leger.
Zie de geschreven motivatie van Willem van Nassau.
Arembergh was op dat moment elders. Het leger van Arembergh was niet erg gedisciplineerd, o.a. door de vele Spanjaarden.
Daarom moest hijzelf voorop in de strijd tegen Nassau.
Op 23 mei kwam het bij Heiligerlee tot een treffen tussen het leger van Nassau en
de Spaansgezinde graaf Arembergh. Het gevolg was dat graaf Adolf en Arembergh het leven verloren, in deze
eerste slag van de 80-jarige oorlog. Dit was de eerste keer dat de vaandel van de Nassau's in de Nederlanden
wapperde. De bezetting door Nassau hield echter geen stand, voornamelijk door de beperkte middelen om de
manschappen aan zich te binden.
De burcht te Wedde had een behoorlijke bescherming met een ommuring, wallen en meerdere grachten.
Karel van Arembergh volgt zijn vader op als leenheer van Westerwolde, en Mathias Ort werd (benoemd door de
erfgenamen) drost op de burcht.
Er braken moeilijke tijden voor hem aan, dan weer bezet door de Staatsen dan weer Spaansgezinden.
Hoewel er vanaf de invoering van de "hoenderbelasting" in 1316 lijsten moeten hebben bestaan van het aantal
huizen en inwoners van Westerwolde, zijn eerst vanaf 1567 deze lijsten bekend. Eind 15e eeuw stonden in Westerwolde
148 huizen en in 1568 waren dit 178. In 1807 was dit aangegroeid tot 539.
De slag bij Heiligerlee heeft zich niet beperkt tot Heiligerlee. Ook aan de weg naar Wedde en in Wedde zijn veel huizen verwoest, dit is bekend aan de hand van de veel lagere opbrengsten op de hoendergeldlijsten en de opmerking:
"Int Karspel Wedde zindt in alles drie en dertig huijsen, arm en rick, die meestendeel verbrant ende verdornen bint".
1572
Zie brief Willem van Nassau over zijn oproep tot verzet
1579
Op bevel van graaf Rennenberg, stadhouder van Groningen, wordt het kasteel te Wedde versterkt door kapitein Cornput, echter dit kon, bij gebrek aan middelen, niet afgemaakt worden. De eerste landkaart van Westerwolde dateert uit 1579
("Descriptio Phrisiae Orientalis" door koninklijk geograaf Christiaans Grooten). De opdrachtgever was de Spaanse bevelhebber Alva, het doel was de militaire situatie in kaart te brengen.
1580
In 1580 werden, door Diderik Sonoy (Noord-Groninger zeegeus) op bevel van Prins Willem, de 1e grote verschansingen
gemaakt bij Wedde. De burcht werd toen waarschijnlijk behoorlijk versterkt en waarschijnlijk ook de schansen
Bourtange en Oudeschans.
In dit jaar werd het kasteel belegerd door de graaf van Hohenlohe. Hij werd echter met zijn mannen door graaf Rennenberg
op de vlucht gejaagd. Friesland werd in 1580 staats, met Willem Lodewijk van Nassau als stadhouder.
1580
Aanleiding tot het opwerpen en uitbreiden van de verschansingen in Westerwolde was het feit dat Groningen
Spaansgezind bleef doordat graaf Rennenberg zich weer tot Philips II wende en opnieuw Spaansgezind werd.
Oorspronkelijk was hij stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel en aanvankelijk staatsgezind.
In de jaren tot 1594 werd beetje bij beetje de rest van de provincie Groningen veroverd en de stad Groningen
werd uiteindelijk geïsoleerd door de staatsen.
-Naar boven-
1583
In dit jaar werd de burcht ingenomen door graaf Willem Lodewijk van Nassau, er werden maar een paar schoten
gelost, met 1 dode. De bezetters kregen vrije aftocht met achterlating van de geweren en munitie.
Helaas kwamen, een maand later, de Spaanse bezetters terug onder leiding van Verdugo. De burcht werd
weer ingenomen met een groot aantal doden en gewonden. Verdugo trok naar Bourtange en er bleef een
bezetting van 150 man achter. Een maand later was het graaf Willem Lodelijk die bij de borg terugkwam.
Hij kon de borg innemen zonder slag of stoot, nog voor het geschut was aangevoerd. Hij liet de tegenstanders
onder ede verklaren dat ze gedurende 6 maanden niet voor Verdugo zouden vechten. Toen de bevelhebber
later in Groningen Verdugo de overeenkomst toonde, werd deze zo kwaad dat hij de man het papier op liet eten!.
1589
Bij de sluis van de Moersloot in de Hamdijk werd een schans aangelegd, de Boonerschans. Dit accentueerd het feit
dat vanaf 1588 vorderingen werden geboekt door prins Maurits en graaf Willem Lodewijk bij de verovering van
gebieden op de Spaansgezinde Groningers. Ook werd begonnen met de Bellingwolder schans, Oudeschans.
1591
Delfzijl werd veroverd op de spaansgezinden door prins Maurits en zijn neef Willem Lodewijk van Nassau.
1593
In 1593 werd de burcht definitief ingenomen door Graaf Willem Lodewijk van Nassau, zoon van Jan van Nassau (broer van Willem van Nassau), huis en goed werden door hem overgedragen aan de staten generaal.
1594
In 1594 verschenen de staatse troepen voor de stad Groningen en werd ook de stad ingenomen, de laatste slag was om de schans van Aduarderzijl.
In de jaren daarna werd door prins Maurits de vesting Bourtange verstrekt. Bovendien werden aangelegd of versterkt
de burcht te Wedde, de bruggenschans, Winschoten, Bellingwolder (Oude-) Schans, Langakkerschans (Nieuwe-) Schans, en
Boneschans. Na het bereiken van de vrede werd de bemanning drastisch teruggebracht en werden deze vestingwerken
slecht onderhouden en verdwenen uiteindelijk grotendeels. In 1665 en 1672 werd door de bisschop van Munster vanuit
het zuiden Westerwolde ingetrokken en kon Ter Apel en Wedde innemen. De vesting Bourtange was versterkt en is
nooit door vreemde troepen bezet.
1595
Hoewel Karel van Arembergh zijn vader opvolgde, wordt de drost te Wedde benoemd door de algemene staten, en dezen zijn
nu ook heer en meester over Westerwolde.
Met de reductie in 1595 werd in Westerwolde (classis Westerwolde en Oldambt) de kerkordening (gereformeerde godsdienst)
ingevoerd.
1596
Drost Entens krijgt op zijn hart gedrukt om alleen het staatse gezag te erkennen en niet dat van de weduwe van Karel,
Hertogin van Aerschot.
1599
Particulieren begonnen met de vervening van gronden langs de Pekel A.
Tot circa 1600 had het winnen van turf een kleinschalig en niet systematisch karakter. Wat toen wel het Bourtanger veen
werd genoemd besloeg een groot gebied. Het gebied tussen Ruiten A en (nu) de Duitse grens. Het gebied op de grens
met Drenthe: Terapel, Musselkanaal en Stadskanaal. En de gebieden Wildervank, Veendam, Oude- en Nieuwe Pekela.
De gemiddelde dikte van het veen bedroeg zo'n 3 meter. Naarmate het hout opraakte werd meer turf gegraven. Overigens
de eerste veenkolonie werd door Van Ewsum in 1551 gesticht, namelijk te Leek.
Groningen en Grunneger