GRONINGEN EN GRUNNEGER, de geschiedenis van Westerwolde 1600 - 1800

Zuid Groningen
Geschiedenis


Westerwolde tot 1800 (de geschreven geschiedenis)
foto burcht te Wedde, WB

1609
Tijdens het 12-jarig bestand (1609-1621) was het redelijk rustig op Westerwolde.

1617
De hertogin dacht, in 1617, dat de belangen van de familie het best gediend zouden worden door het leenrecht over de heerlijkheid Westerwolde over te doen aan de Amsterdamse koopman Willem van den Hove voor f 125.000. Van den Hove adviseerde eerst (teneinde moeilijkheden met de staten te voorkomen) om het leenrecht aan de staten van Brabant, Holland, Friesland en Overijssel te verkopen. Ook nakomelingen van de zuster van Hayo Addinga kwamen met aanspraken.

1619
Groningen zag kans om voor f 140.000 het leenrecht te kopen van de koopman van den Hove. Groningen werd aldus leenheer namens de staten van Overijssel. Daarmee had men heel Westerwolde in bezit omdat met de secularisatie reeds het klooster met de rijke kloosterbezittingen in Ter Apel naar de stad overgingen. Groningen stelde aanvankelijk ook de drost aan, dit werd later door de stadhouder gedaan. Het kasteel en Wedde waren de hoofdzetel en hoofdplaats van de heerlijkheid Westerwolde.

1621
In dit jaar werd de West-Indische Compagnie opgericht. Groningen kreeg geen aandeel in de VOC. En Groningen verwierf, mede daarom, 1/9e aandeel in de WIC. Maar de WIC werd eigenlijk nooit een echt succes. De verscheping van huurlingen en materialen mocht wel via Delfzijl plaatsvinden. Dit met het doel om veel veroverigen te doen in Zuid Amerika. De vergelijking met 2003/4 dringt zich op: Verscheping van Amerikaanse materialen naar Irak vanuit de Eemshaven. In 1674 werd de WIC weer opgeheven.

1628
De Langakkerschans (Nieuweschans) werd versterkt i.v.m. het dreigende gevaar vanuit Duitsland. Na 1594 werden voornamelijk de Oudeschans en Bourtange onderhouden, waarbij Bourtange garnizoensplaats werd. De belegering van Groningen door de bisschop van Munster gebeurde echter door vanuit het zuiden op te trekken en niet vanuit het oosten waarvan de route beheerst werden door de genoemde versterkte plaatsen. Wel is Nieuweschans nog kort ingenomen geweest (1673), waarschijnlijk door omkoping.

1648
Vrede van Munster, eind aan de tachtigjarige oorlog.

1650
Door de stad Groningen waren de meeste verveningsgronden overgenomen van particulieren. En in dit jaar kwam men tot overeenstemming met Onstwedde over de grens tussen de Onstwedder venen en de Stadse venen. Op de grens werd het Barkela zwet gegraven.

1665
In de jaren 1663-1665 dreigde oorlog met de bisschop van Munster. Deze koos de kant van Engeland in de zeeoorlog met Holland om zijn veldtocht te financieren, zie ook
duizenden scheepswrakken in de Waddenzee. De Bisschop van Munster wilde een belangrijke missie uitvoeren: Het herstellen van de roomse macht in Munster en de omringende gebieden.

In deze jaren werden daarom Coevorden en Bourtange, met hulp van de staten van Holland, versterkt. In 1665 kon de bisschop een leger van 20.000 man bijeenbrengen. Een troep van de bisschop trok, aanvankelijk zonder problemen, Westerwolde binnen. Om Bourtange ook vanuit het westen aan te kunnen vallen werd bij Jipsinghuizen door de Munstersen een kamp met 1.800 man opgezet. Een leger van 600 man en 50 ruiters van de stad Groningers, wist met een verrassingsaanval in de slag bij Jipsinghuizen de Munstersen op de vlucht te jagen.
Ook het feit dat het al eind september was toen de tocht begon, en er veel regen viel, was de oorzaak dat deze veldtocht op een grote mislukking uitliep. Bourtange kon bijvoorbeeld niet ingenomen worden en de terugtrekking van de troepen door de moerassen werd een ramp.

Westerwolde was door de roerige tijden nog niet volledig hersteld van de plunderingen tijdens de tachtigjarige oorlog. Op 9 april 1666 werd te Kleef de vrede met de bisschop gesloten. Maar deze duurde slechts 6 jaar.

1672
Aangezien de positie van de bisschop niet verbeterd was zocht hij in 1672 hulp bij Lodewijk XIV in diens oorlog met Holland. Wederom kon een leger van 25.000 man op de been gebracht worden.
In Westerwolde richtten zijn troep zich nu meer op het noorden maar bij Noordbroek moesten de Munstersen de vlucht nemen en uiteindelijk werden alleen Wedde en Terapel bezet. Er werden 52 huizen vernield alleen al op deze tocht. Vanuit Wedde en Ter Apel volgden nog de nodige strooptochten over Westerwolde. Tijdens het beleg van Groningen door de bisschop van Munster (nu genoemd bommenberend) werd de burcht in Wedde gedurende korte tijd bezet. Tot de Franse bezetting (begint hier in 1798) bleef het kasteel de plaats van de drost, daarom wel genoemd drostenburcht.

1681
Willem III, stadhouder en koning van Engeland, bezocht de grenzen van Groningen. Conclusie over Bourtange was: "de moerassen sich tegenwoordigh gants droogh bevinden en passabel". Het gevolg was dat de natte verdedigingwerken in de latere jaren werden verbeterd. En in 1694 werd een besluit genomen om het in cultuur brengen (wat inmiddels al gebeurde) weer tegen te gaan. De drang om te "boeren" was groter dan de maatregelen van de militaire strategen.

1706
Door de stad Groningen wordt de ampliatie (notarieel afschrift van een grosse) van het landrecht toegevoegd aan het Westerwolder landrecht.

1740
In het Reiderland bleef de Nieuweschans belangrijk, omstreeks dit jaar bereikte Bourtange zijn grootste omvang. Daarna ging het langzaam maar zeker achteruit tot de tweede helft van de 20e eeuw.

1745-1749
Muntinghe drost te Wedde

1750-1753
Rudolf de Mepsche werd aangesteld als drost. Wegens zijn geweldadig verleden (grietman huis Bijma te Faan, 24 executies zgn. wegens sodomie) in het Westerkwartier werd hij door de bevolking met de nek aangekeken. Zie ook het verhaal elders op deze website. In 1753 werd hij ontzet uit het ambt, hij mocht op de burcht blijven wonen en overleed in december 1754.

-Naar boven-

1755-1777
Muntinghe drost te Wedde

Tijdens de periode 1755-1777 is er, volgens de overlevering, in de muren van de burcht een lijk aangetroffen. De schrijfster van dit verhaal suggereerde dat de Mepsche dit kon hebben gedaan (niet helemaal onlogisch). Maar waarschijnlijker is het dat dit is gebeurd tijdens het leenheerschap van Karel Schenk (circa 1541). In die tijd gebeurde dit wel meer. In het kasteel Toutenburg te Vollenhove zijn zelfs 3 ingemetselde lijken gevonden. Het kasteel Toutenburg is gebouwd door Georg Schenk van Toutenburg (de vader van Karel).

1765
De stad Groningen kocht (i.v.m. de afloop van de vervening in Wildervank en Veendam) een strook veen aan langs de Semslinie tussen Groningen en Drenthe.

1787
Men begon met de aanleg van het Stadskanaal, het hoofddiep, en na 69 jaar, in 1856, werd Ter Apel bereikt. De stad Groningen had overeenkomsten met de markegenoten in Westerwolde over uitlaat- en doorlaatgelden voor de afvoer van de turf.

1795
Alle rechten over Westerwolde vervielen en Westerwolde werd bij de provincie Groningen gevoegd. Daarmee werd feitelijk ook de oostgrens van de provincie bepaald. De laatste invallen van de bisschop van Munster dateerden uit 1672 maar ook daarna bleef het betwist gebied met uiteindelijk nog een Nederlands garnizoen in Leer.

1798
Met de komst van de Fransen verviel de titel drost en de heerlijke rechten. De laatste drost kreeg de titel baljuw. Daarmee verviel ook het leenheerschap van de stad Groningen over Westerwolde en in 1803 werd Westerwolde samengevoegd met Stad en Ommelanden en met de andere streken vormde het daarna de provincie Groningen.


naar top

Valid XHTML 1.0 Transitional

logo Groningen en Grunneger