GRONINGEN EN GRUNNEGER, de geschiedenis van Westerwolde 1800 - 2000

Zuid Groningen
Geschiedenis


Westerwolde tot 2000 (geschreven geschiedenis)
foto burcht te Wedde, WB


1803
In 1803 kwam een nieuwe rechtelijke organisatie in werking. Voor Wedde en Westerwolde werd dit gesteld onder de baljuw, evenals de inning van belastingen. Laatste drost was Mr. A.H. van Swinderen, hij werd aangesteld als baljuw. Laatste baljuw (belast met rechtspraak en inning belastingen) werd Mr. W. de Sitter, hij verliet de burcht in 1818. Hiermee was feitelijk het feodale tijdperk afgesloten.

1808
Op 14 november 1808 wordt het reglement op de gemeentebesturen van kracht. Wel bleven de bourrigters hun verantwoordelijkheden nog houden.

1809
Door koning Lodewijk Napoleon werd een wet ondertekend welke individuele boeren het recht gaf verdeling te eisen van de gemeenschappelijke gronden. Het duurde nog 30 jaar dat dit in belangrijke mate gerealiseerd werd.

1811
Beëindiging van het ambt drost te Wedde. Mr. W. de Sitter werd president van de rechtbank te Winschoten.

1814
Tot dit jaar betaalde het oostelijk deel van Oude Pekela nog hoendergeld als belasting aan Westerwolde.

1817
Door de stad Groningen werd in dit jaar besloten tot de ontvening van Westerwolde. Met name Stadskanaal groeide daardoor in de eerste helft van 600 naar 3.000 inwoners.
Reeds in 1615 werd de semslinie tussen het Zuidlaardermeer en Ter Apel getrokken om de troebelen tussen de boeren van Onstwedde en Valthe/Buinen op te lossen. De erkenning kwam pas in 1817 definitief tot stand.

1819
Tot 1819 werd op de 2e en volgende schoorstenen op een huis belasting geheven. Dus huizen van vòòr 1819 met meerdere schoorstenen getuigen van een zekere welstand! Van oorsprong zijn de boerderijen in Westerwolde van het loshoes-type (meest primitieve Saksische type). Deze boerderijen konden met voorhanden zijnde materialen worden gebouwd (eikenhout, riet, stro, leem voor de wanden en vloeren. Er was 1 ruimte voor vee, opslag en woonruimte. Later werden muren aangebracht tussen het vee- en het woongedeelte waardoor meer afgesloten ruimten ontstonden.

Het volgende type, half 18e eeuw, was het dwarsdeel type met de grote ingang naar het vee en de opslag in de zijgevel. Dit type komt veel voor in Drenthe en Twente. Iedere kamer (meestal 2 of drie) had een eigen schoorsteen. In Westerwolde zijn slechts enkele boerderijen van dit type bewaard gebleven tot in de 20e eeuw.

Half 19e eeuw werd het achterhuis van de boerderij vervangen door een bredere en hogere schuur met pannendak en een houten topgevel. Het voorhuis werd gebouwd in Groninger baksteen en rood pannendak. Dit noemt men een Westerwoldse boerderij met verspringende noklijn. Tegelijkertijd ontstond het Oldambster boerderijtype. Deze boerderij is meer ingericht op de akkerbouw. De zijgevel verspringt 2 of 3 keer naar het grote voorhuis. Afgeleid van dit monumentale boerderijtype is de veenkoloniale variant welke dezelfde vorm heeft maar wel kleiner is. Als arbeiderswoningen komen in deze gebieden (tot in de eerste helft van de 20e eeuw) zgn. plaggenhutten voor, uiterst eenvoudige huisjes.

1824
De grens tussen Nederland en het koninkrijk Hannover kwam in dit jaar tot stand. Dit grensverdrag (tractaat van Meppen) regelde ook de grensoverschrijdende waterafvoer. Vanuit Duitland via een duiker naar de Ruiten A bij Ter Apel. En omgekeerd vanaf Bourtange naar de Eems (overtollig water uit de natte omgeving van vesting Bourtange).

1828
Groningen stelt voor de burcht te Wedde te slopen i.v.m. achterstallig onderhoud.

-Naar boven-

1829
Groningen heeft geen recht meer om zich in Westerwolde te doen vertegenwoordigen, daarom wordt het kasteel verkocht voor f 6.800 aan notaris Koning te Bellingwolde, die daarmee de burcht redde van een zekere ondergang. De gevangenispoort alsmede enige andere gebouwen worden afgebroken, het hoofdgebouw wordt opgeknapt. Van de wallen is niets meer te zien. Wel is nog te zien een rest van de oude verdedigingsmuur en de binnen- en buitengracht. Van de andere gebouwen zoals schuren, schathoes e.d. is niets meer over, blijkens de vele fundamentsresten is het vroeger veel groter geweest. Alleen de kelderverdieping van de zuidelijke vleugel dateert nog uit de 14e eeuw. De muren van dit gewelf zijn 1,30 meter dik.

1845
Vanaf dit jaar verdwijnen (tot 1882) de Westerwolder marken. De marken waren de gezamenlijke weideplaatsen. De functie was vooral het wankele evenwicht tussen de bevolking onderling alsook de belastbaarheid van het gebied in de hand te houden. De rechten op de marke in bijvoorbeeld Onstwedde bestonden uit 33 boerrechten van elk 8 waardelen. Het beheer werd jaarlijks opnieuw vastgesteld middels het kiezen van de bourrichter.

1840
Het eerste aardappelmeelfabriekje werd door J.A. Boon gesticht te Muntendam maar heeft maar kort bestaan. De eerste aardappelmeelfabriek van de industrieel W.A. Scholten werd te Foxhol opgericht. Bij zijn dood in 1892 liet deze na: 7 aardappelmeelfabrieken, 5 aardappelmeel/stroopfabrieken, 1 suikerfabriek, 1 papierfabriek en een turfstrooiselfabriek. Verder 31 boerderijen en 3.300 ha veen. In 1938/39 bestonden er nog 16 coöperatieve fabrieken en 4 particuliere aardappelmeelfabrieken welke totaal 808.000.000 kg aardappelen verwerkten. Nu (2002) is de verwerking in 1 bedrijf geconcentreerd.

1851
Bourtange werd in 1851 definitief afgevoerd van de lijst van vestingen langs de oostgrens, de zgn. eerste linie langs de Eems. Wat nu resteert, als cultuurhistorische vestingplaatsen, zijn de dorpen Bourtange, Oudeschans en Nieuweschans.
De eerste verharde weg in Westerwolde liep van Winschoten naar Blijham, men noemde dit een kunstweg. De verharding naar Nieuweschans dateert van 1857 en naar Bourtange van 1866. Stadskanaal - Terapelkanaal van 1863.

1868
De spoorlijn Groningen-Winschoten-Nieuweschans is aangelegd in 1868.
Eind 19e eeuw is de aanleg van meer tram- en spoorwegen begonnen:
1885 tramweg Winschoten - Stadskanaal
1894 paardetram Terapel - Zuidbroek
1900 tramweg Winschoten - Bellingwolde
1907 stoomtram Terapel - Emmen
1915 stoomtram Winschoten - Terapel
1917 stroomtram Winschoten - Bellingwolde
1910 - 1935 personenvervoer spoorlijn Zwolle - Gasselternijveen - Stadskanaal - Bareveld - Zuidbroek - Delfzijl
Dit is de NOLS = Noord Ooster Locaal Spoorweg, na 1935 alleen vrachtvervoer tot in de zeventiger jaren
1917 Groningsch-Drentsche Spoorwegmaatschappij, Stadskanaal - Terapel - grens, tot 1935 personenvervoer, in 1977 is het gedeelte Musselkanaal - Terapel afgebroken.

1869
De eerste strocartonfabriek werd gebouwd te Hoogezand. Uiteindelijk werden totaal 10 coöperatieve en 8 particuliere fabrieken gesticht met een capaciteit van 350.000.000 kg stro. Het grote succes van de Groninger strocarton is toe te schrijven aan:
- meer stro-opbrengst per ha dan elders
- goedkopere arbeidskrachten dan elders
- betere arbeidskrachten
- goedkopere fabrieksbenodigdheden
- stro is de goedkoopste grondstof voor verpakkingscarton en halffabrikaat strostof
- voldoende vraag naar voornoemde producten en na 1945 de vraag naar bouwplaten van strovezel.

1877
Voor de afwatering van de Westerwoldse A, Mussel- en Ruiten A werd de afwateringssluis Nieuw Statenzijl gebouwd. De eerste zijl (sluis) lag ten noordwesten van Nieuweschans (Oudezijl 1670), in 1707 2 km verlegd noordelijker als Oud Statenzijl (staten = Groninger staten).
Tot en met 1960 was de waterstand in de Westerwoldse A zeer onregelmatig. De oorzaak hiervan was de vervening en ontginning van Westerwolde. Daardoor stroomde het water veel sneller af. Vanaf Wedde werd daarom de Westerwoldse A verder bedijkt (is begonnen in de 16e eeuw) en de A had ten noorden van Wedde een zeer brede boezem. Desondanks zijn herhaaldelijk de dijken doorgebroken. Ook was er veel wateroverlast voor de boeren in het midden- en zuidelijker gelegen deel van Westerwolde.

1880
Vanaf dit jaar werd de kunstmest ingevoerd. Tot aan de invoer van de kunstmest was het niet mogelijk om alle landbouwgronden vruchtbaar te maken en te houden (denk ook aan de ontveende gebieden). Tot de 20e eeuw werd alle huishoudelijk afval en "stratendrek" van de steden gebruikt om de vruchtbaarheid te verbeteren. Elders werd ook de vruchtbare wierdengrond van de vele Noord-Groninger wierden gebruikt voor verbetering van de vruchtbaarheid.

1888
De burcht te Wedde wordt verkocht aan dhr. A. van Laer Dinckgreve uit Bourtange voor f 11.000.

10 maart 1892
Koninklijke goedkeuring van de vereniging tot kanalisatie van Westerwolde. In 1891 reisde Boelo Luitjens Tijdens door Westerwolde om propaganda te maken voor zijn kandidatuur tot lid van de tweede kamer. Hij was hereboer te Nieuw Beerta en radicaal kamerlid in de jaren 1891-1901 voor het district Winschoten. Het lukte hem tot oprichting te komen van deze vereniging om zodoende het probleem van de waterbeheersing in Westerwolde op te lossen. Hijzelf werd voorzitter. In datzelfde jaar, na verkrijging van de benodigde financiële armslag, kreeg dhr. A.J.H. Bauwer (opzichter 1e klasse bij de Rijkswaterstaat Groningen) opdracht (f 6.800) om een plan te maken. In 1894 ging de subsidieaanvraag naar provincie en rijk. In 1897 werd besloten dat het rijk 2/3 zou betalen en de provincie 20%.

In 1900 werd het waterschap Westerwolde opgericht (afsplitsing van). En op 22 mei 1900 keurden provinciale staten van Groningen de aangepaste plannen goed. In 1919 kwam de Mussel A (lang 18 km, verval 7,5 meter, met aftakking naar Onstwedde) gereed en in 1920 de Ruiten A (lang 24 km, verval 8,5 meter, met aftakking naar Bourtange). Het Verenigd Kanaal of B.L. Tijdenskanaal heeft een lengte van 16 km, verval 2 meter.

Tot 1900 kende Westerwolde 2 verharde wegen: Wedde-Onstwedde-Stadskanaal en Wedde-Vlagtwedde-Bourtange.
Daarna werden verhard:
1902 Onstwedde-Alteveer-Nw. Pekela
1906 Vlagtwedde-Weende-Jipsinghuizen-Terapel
1910 Onstwedde-Mussel-Musselkanaal
1912 Wedde-De Oerde-Borgesiuswijk-Oude Pekela
1920 Vlagtwedde-Smeerling-Onstwedde
1922 Vlagtwedde-Wollinghuizen-Jipsinghuizen
1924 Jipsinghuizen-Kopstukken
1928 Ter Wisch-Slegge-Terapelkanaal (Schaalbergerweg)
1931 Bourtange-Overdendijk- Sellingen
1939 Schaalbergerweg-Lauderbeetse-Sellingerbeetse-Jipsingbourtange
1948 Ellersinghuizen-Harpel-Mussel
1951 Zuidveld-Laudermarke-Terapel

1905
Een achterkleinzoon van de eerste notaris Koning, dhr. J.S.G. Koning kocht het slot te Wedde voor f 17.000. Hij was ook notaris te Wedde.

1908
In Vlagtwedde bleven de bourrigters het langst in functie. Op 18 juli 1908 was de laatste vergadering. Op de vraag waar de bourhoorn was gebleven werd geantwoord dat deze aan het museum van oudheden was gezonden.
Na de instelling van gemeentebesturen is de functie uitgehold. De functies van de bourrigter waren:
- bijhouden aantallen vee op de gezamenlijke weideplaatsen
- regelen van bourwerk of meentewerk (gezamenlijk onderhoud wegen)
- het houden van schouw over wegen en water
- toezicht op worken, dit zijn erfafscheidingen
- bepalen van de tijd van roggeoogst
- acht geven op de ganzen (hoeveel)
- controle op het ringen van zwijnen
- regelen van het graven van turf en van plaggen
- Het bijhouden van boetes op overtredingen van het voorgaande.
De bourrigter werd voor 1 jaar aangesteld. Tijdens de ambtsperiode beschikte hij over de bourhoorn om medewerking van de bewoners te vragen.

1908
Dit was ook het jaar dat het plan tot aanleg van een stoomtramlijn van Ter Apel naar Delfzijl via Winschoten bij de provincie werd ingediend. 1 november 1915 werd de lijn Winschoten-Terapel geopend en op 9 juli 1919 de lijn Delfzijl-Winschoten. De zijtak Bellingwolde-Blijham werd op 18 oktober 1918 in gebruik genomen. In 1948 werden deze lijnen, door de opkomst van busvervoer, weer opgeheven.

1922
Na het afgraven van de veenlaag resteerde grond welke geschikt had moeten zijn voor landbouw of cultuurgrond. Daartoe werd de bovenste laag de zgn. bolster teruggestort. Dit ging niet altijd goed (zacht gezegd) getuige de maatregel van de stad Groningen in 1922 dat minimaal 40 cm bolster teruggestort moest worden. Echter de vervening had reeds grotendeels plaats gevonden!

1938
Tot begin 20e eeuw had Westerwolde een essenlandschap. Vanaf 1900 is de ontginning van de woeste gronden (vnl. heidevelden) van Westerwolde ter hand genomen. In 1938 werd het laatste ontginningsproject aangepakt. Dit betrof Sellingerbeetse, totaal 790 ha.
Totaal was daarmee 2.669 ha ontgonnen door eerst de N.V. Centrale Werkverschaffing, later de N.V. Ontginningsmaatschappij "De Verenigde Groningsche Gemeenten" op te richten. Dit werk werd door werkloze ongeschoolde landarbeiders uitgevoerd. Zoals reeds gezegd de gemiddelde dikte van het veengebied was 3 meter. De gebieden met de grootste dikte zijn uiteraard het eerst "ontveend". De gebieden die het laatste werden ontgonnen (Oost-Westerwolde) hadden een dunne veenlaag en de ontginning had vooral tot doel de grond te cultiveren tot landbouwgebied.

1955
Het waterschap Westerwolde koopt de burcht voor f 66.786. Alleen het huis wordt gerestaureerd en in 1959 in gebruik genomen.

1968
Sinds 2 oktober 1968 zijn de gemeenten Wedde en Bellingwolde samengevoegd en hebben nu 1 raad en 1 burgemeester. Hoelang zal het duren dat Westerwolde 1 gemeente wordt?

1969
De gemeente Onstwedde werd omgevormd tot de gemeente Stadskanaal. Hiermee kwalificeerde de veenkolonie Stadskanaal ook in naam zich tot een zelfstandige gemeente.

1976
Hotel Buenos Aires brandt af. Het was gelegen tegenover de burcht en gebouwd in 1800. Op deze plaats is nu (2002) een parkeerplaats en er staat het waterschapshuis. Het is sinds 2002 in gebruik als gemeentehuis.

1977
De streekraad Oost Groningen neemt het huis (de burcht) in gebruik.

1990
Het huis is eigendom van de gemeente Bellingwedde.

Uit 850 jaar Wedde
De geschiedenis van Westerwolde van de Stichting gebroeders Hesse fonds

2006
De burcht is (2005) verkocht aan een particulier. Kleine, armlastige, gemeenten in Oost-Groningen hebben geen geld (en geen kader) om een visie aangaande het erfgoed te hebben. Rijkssubsidies aan 23 rijksmusea in Nederland: Waar komt dat terecht? De geschiedenis herhaalt zich.


naar top

Valid XHTML 1.0 Transitional

logo Groningen en Grunneger