Meer over wierdedorpen, kerken, borgen en kloosters
Algemeen
In Noord-Groningen liggen zeer veel wierden en wierdedorpen. Voor een verkenning zou u een bezoek kunnen brengen aan het
museum Wierdenland in Ezinge. Ook worden daar speciale acties gehouden zoals het laten beoordelen van bodemvondsten.
Een bezoek aan het openluchtmuseum Het Hoogeland in Warffum, voor de jongere geschiedenis over de bewoning van de Groninger wierdedorpen ligt ook voor de hand, zie bijgaande foto van de slagerswoning in museum Het Hoogeland.
In april 2003 is dit laatste museum verder uitgebreid en heeft ook een nieuwe entree gekregen.
Met het wereldberoemde onderzoek in de wierde Ezinge onder leiding van A.E. van Giffen is vastgesteld dat de oudste Groninger wierden al 600 v.C. bewoond waren. Deze wierden zijn dus meer dan 2.500 jaar oud en behoren daarmee tot de oudst bewaard gebleven cultuurhistorische woonplaatsen in Nederland.
Opvallend aan de Groninger wierdedorpen is voorts de aanwezigheid van kerken uit de 12e - 14e eeuw, met vaak herkenbaar de eerste gebakken stenen in Nederland (kloostermoppen). Het bakken van stenen vond waarschijnlijk het eerst plaats in Noord-Nederland, zie de oudste beschrijving hiervan in de kroniek van abt Emo van het klooster Wittewierum uit de eerste helft van de 13e eeuw. De Groninger kerken hebben een rijk bezit aan zeer oude orgels, de oudsten welke bewaard zijn gebleven vinden hun oorsprong in de 16e eeuw.
Typisch voor Groningen zijn bovendien de bewaard gebleven borgen en van recentere datum de hogelandster - en Oldambster boerderijen. Van de oorspronkelijke 35 kloosters die hier hebben gestaan is alleen het klooster in Ter Apel (1465) nog aanwezig. En deze is daarmee het oudste, originele, middeleeuwse kloostergebouw in Nederland.
Indien u een bezoek brengt aan de wierdedorpen zou u dat lopend of per fiets moeten doen. Alleen dan krijgt u een goede indruk. Om een route te rijden kunt u het best de plaatselijke VVV raadplegen, er zijn heel mooie routes op papier gezet.
Verdwenen of bijna verdwenen wierden
In het industriegebied van Delfzijl zijn de dorpen Oterdum, Heveskes en Weiwerd geheel of bijna geheel verdwenen. In de gemeente Delfzijl was het indertijd onmogelijk om een verantwoorde industrie-uitbreiding te realiseren met instandhouding van deze dorpen. Het dorp Oterdum is geheel verdwenen, wat nog rest is een heel bijzonder kunstwerk in de dijk op de exakte plaats waar de kerk van dit wierdedorp eens stond.
Van het dorp Heveskes is de wierde gedeeltelijk nog aanwezig met het kerkje welke in 2001 grotendeels gerestaureerd kon worden. De bewoning van het dorp Weiwerd is bijna (2003) geheel verdwenen. Wat nog rest is een verzameling gebouwen en huizen welke door de vervallen staat eigenlijk heel bijzonder zijn.
Op bijgaande foto's de wierde Heveskes en de vervallen voormalige school van Weiwerd.
In de tijd dat kunstmest nog niet gebruikt werd in de landbouw werd de wierdengrond "goud" waard. En werd verkocht, afgegraven en vervoerd naar de zandgronden om daar de grond vruchtbaar te maken.
Veel wierden zijn geheel afgegraven zoals Merum, Enzelens, Oldersum, Muda, Garreweer, Eekwerd etc. Van enige wierden staat er alleen de kerk of een boerderij zoals Marsum bij Appingedam en Siuxum bij Loppersum. De meeste wierden zijn gedeeltelijk afgegraven zoals Eenum, Wirdum en Westeremden, duidelijk te herkennen aan de steile kleiwallen.
Van de 1.000 wierden die er ooit waren, zijn er slechts 46 welke niet zijn aangetast door het afgraven. Dit afgraven is net op tijd gestopt anders was er geen wierde overgebleven. Mooie voorbeelden van radiale wierdedorpen zijn: Biessum en Uitwierde bij Delfzijl, Rottum, Stitswerd, Tinallinge en Niehove.
Er is nog een andere oorzaak voor het verdwijnen van de wierdedorpen. Tussen Delfzijl en de Eems komen maar enkele wierden voor. De oorzaak hiervan waren de hoger geworden waterstanden door allerlei oorzaken ten gevolge waarvan de Dollard ontstond. Vanaf de 13e eeuw vonden er veel overstromingen plaats en in het begin van de 16e eeuw kreeg de Dollard daardoor zijn grootste omvang. Verdwenen zijn 32 wierden, 2 kloosters en de stad Torum. Na de (her)inpoldering kreeg de Dollard zijn huidige omvang met het natuur- cultuurhistorisch monument Punt van Reide bij Termunten.
Archeologische monumenten zoals de wierden Biessum en Uitwierde.
Bij Tjamsweer vallen enige aparte wierden op waarvan 5 onbewoond. Waarschijnlijk zijn deze wierden
ooit bewoond geweest als huiswierde. Het kan ook zijn dat ze gebruikt zijn als groene wierde voor het vee.
Door erosie en landbouw-bewerkingen zijn de onbewoonde wierden steeds kleiner geworden.
De wierde Biessum is een belangrijk archeologisch monument,
wegens zijn ongereptheid. Biessum heeft echter geen kerk, deze staat op de naastgelegen (600 meter) wierde Uitwierde.
Ieder wierdedorp heeft zijn eigen karakter. Stedum met een heel mooie romanogotische kerk en de oude dorpsstraat. Westerwijtwerd de brug met het café, de molen en de kerk. Middelstum: De kerk en de overblijfselen van de borgen, het bakkerijmuseum. Huizinge, boerderij Melkema, de kerk en oude straatjes met de huizen.
Westeremden in de vroegere Fivelboezem met de kerk, weem en veel mooie oude huizen. Zeerijp, de historische kerk met losstaande toren.
Eenum en Wirdum ook al duizenden jaren een wierdedorp. Let U ook eens op de Groninger maren, dit waren
eens de buitendijkse prielen of geulen.
Kerken en kerkorgels in de provincie Groningen

De vroegste bronnen waaruit blijkt dat de middeleeuwen een rijke orgeltraditie kenden zijn aangetroffen in het noorden van Nederland en Duitsland. De weinig omvangrijke maar belangrijke orgeltabulaturen uit Winsum (1431) en Oldenburg (1448) bevatten een aantal omspelingen van de propriumgezangen, de vaste onderdelen van de mis: Kyrië, Credo, Agnus Dei. Deze oudst bekende tabulaturen zijn gemaakt in het dominicanerklooster te Winsum (1276-1580).
Deze in Europa (en dus in de gehele westerse muziekcultuur) unieke manuscripten wijzen ons op het bestaan van een noordelijke middeleeuwse orgeltraditie op basis van improvisatie (met een aanwijsbare unieke 'regionale' stijl). Het fundament van de 'Groningse' (internationale) orgeltraditie werd hiermee gelegd.
In de provincie Groningen zijn zeer veel oude kerkorgels bewaard gebleven. Het oudst bewaard gebleven kerkorgel staat in de kerk van Krewerd (datering 1531). En de indrukwekkend beschilderde orgelkast van Scheemda uit 1526 hangt in het Rijksmuseum te Amsterdam!.
Hier enige links voor meer informatie:
Koninklijke Nederlandse Orgel Vereniging
Groningen orgelland
Organist in Groningen
Noord-Nederlandse Orgelacademie
Bijgaande foto is van het orgel in de Jacobuskerk in Zeerijp, dit is een goed onderhouden laat-gotische kerk. Vergelijkbare historische kerken met belangrijke historische kerkorgels in de gemeente Loppersum: Middelstum (gotisch), Stedum (romanogotisch), Loppersum (interressante bouwgeschiedenis). Dit zijn gaaf bewaard gebleven middeleeuwse kerken evenals Krewerd, Eenum, Wirdum enz.
In de provincie Groningen zijn een aantal professionele orgelbouwers gevestigd. Deze houden zich bezig met bouw en
restauratie van kerkorgels en huisorgels, zie de websites:
orgelmakerij Steendam te Roodeschool
orgelmakerij van der Putten te Finsterwolde
Arp Schnitger en orgelmaker Bernhardt Edskes
orgelmakerij Feenstra Grootegast
orgelmakerij Mense Ruiter Zuidwolde
De historie van de provincie Groningen wordt weerspiegeld in de meer dan 250 historische kerken, waarvan 160 van vòòr het begin van de reformatie (1520) welke in stand worden gehouden. Ondanks de belangstelling, ook internationaal, wordt de oorspronkelijk functie van de kerk steeds minder eer aangedaan. Hier enige voorbeelden van de belangstelling anno 2004:
Kerken gewijd aan Sint Nicolaas.
Archimon: kerken in Groningen (irritante pop-ups reclame)
Historische kerken in Groningen.
De kerk te Leermens.
Middeleeuwse muziek

In Groningen is gevestigd Super Librum, het Nederlands ensemble voor middeleeuwse muziek. Het ensemble Super Librum is inmiddels befaamd om zijn historisch verantwoorde uitvoeringen van middeleeuwse muziek. Super Librum (letterlijk: 'boven het boek') staat voor de gebruikelijke wijze van uitvoeren in de Middeleeuwen.
In tegenstelling tot het spelen van een vastgestelde compositie uit een boek werd veelal geïmproviseerd op basis van onderlinge afspraken. Muzikanten uit de middeleeuwen konden vaak geen noten lezen en groeiden op binnen deze eeuwenoude traditie van mondelinge overlevering. Zij kenden een scala aan vaste melodieën, maar bij de uiteindelijke (polyfone) uitvoering werd een improvisatiekunst aangewend die was gebaseerd op jarenlange oefening onder een meester.
Alles over Super Librum.
De borgen in Groningen

In de provincie Groningen zijn 15 authentieke Groninger borgen bewaard gebleven. De Menkemaborg
in Uithuizen met de gerestaureerde tuin en de complete inrichting. Verhildersum in Leens met
de gerestaureerde tuin met beelden van de internationaal bekende beeldhouwer Eddy Roos. De Freylemaborg in Slochteren met het overbos (toegangslaan) en de grote verwilderde tuin, in de 17e eeuw uitgebreid tot renaissancetuin door Henric Piccardt. De Ennemaborg in Midwolda en Nienoord in Leek. Bij deze borgen zijn bovendien de koetshuizen
bewaard gebleven en ingericht als restaurant, dit is toch een extra reden om deze een bezoek te brengen.
De oorsprong van de borgen ligt vaak al in de 12e en 13e eeuw. In die tijd is men begonnen met het bakken van steen aanvankelijk in de vorm van de toen gebruikte tufsteen. Men bouwde eerst verdedigingstorens van steen, een vluchtplaats tegen water of tegen de vijand. Daarna werden deze uitgebouwd tot borgen of tot boerderijen.
Op enige plaatsen zijn de steenhuizen nog te herkennen (Schierstins en steenhuis Iwema).
Waarschijnlijk behoren ook enige kerktorens in oorsprong tot de steenhuizen als vluchtplaats.
In het verleden zijn veel borgen gesloopt, op sommige plekken zijn nog ruïnes bewaard
gebleven, vaak zijn de plaatsen in het landschap te herkennen. Hier enige links:
Groninger borgenlijst.
Groninger Borgenstichting
De borg Verhildersum
De boerderijen in Groningen
De provincie Groningen heeft, het is altijd een agrarisch gebied geweest, heel veel monumentale boerderijen.
De voorhuizen hebben vaak de afmetingen van een borg zoals in Usquert en Bellingwolde.
Het is jammer te zien dat heden ten dage veel boerderijen slecht onderhouden worden. En mede daardoor zullen nog veel boerderijen verdwijnen.
De oorzaken van dit verdwijnen zijn enerzijds de schaalvergroting en mechanisering waardoor boerderijen
steeds minder worden gebruikt. Anderzijds worden deze boerderijen die aan de landbouw zijn
onttrokken soms onvoldoende onderhouden (monumentaal onderhoud is relatief duur). Dit blijft bij een monumentale boerderij
altijd een moeilijk punt en zal tot gevolg hebben dat er nog veel boerderijen in de toekomst zullen verdwijnen.
In de afgelopen jaren is men zich meer bewust geworden van de waarde die deze boerderijen voor het landschap hebben. In bijna iedere gemeente of/en dorp is wel een boerderijenboek uitgegeven met een schat aan informatie over de geschiedenis van de boerderijen in deze omgeving.
Hier vindt u informatie over de boerderijenboeken
De kloosters in Groningen, komst en ondergang
>
De gemeente Bellingwolde bestaat niet meer, dus ook het klooster Palmar in het gemeentewapen van de gemeente Bellingwolde bestaat niet meer. Het klooster Palmar is al in de 15e eeuw prijsgegeven aan de golven van de Dollard.
De kloosterbewoners hebben, in de 13e tot de 16e eeuw, een zeer belangrijke rol gespeeld bij het ontwikkelen van het cultuurlandschap zoals de aanleg van dijken, waterbeheer en de bouw van kerken.
De kloosters, in aantal 35, zijn na enige honderden jaren weer vervallen, opgeheven en afgebroken of samengevoegd, vaak gepaard gaande met plundering en strijd. Andere zijn door hogere waterstanden verdwenen. Het grondbezit van de kloosters was gemiddeld 1.200 ha per klooster (klooster Aduard >6600 ha Wittewierum >2200 ha), dit was in die tijd ongeveer 25% van het in cultuur gebrachte land. Dit kloosterbezit onstond ook door inbreng van leken welke zich vaak "inkochten" in het kloosterleven of de kerkceremonie.
De kerken bleven bewaard, zoals heden ten dagen nog is vast te stellen, doordat de invloed van de landadel en eigenerfde boeren de invloed van de kloosters had verdrongen.
In de 15e en 16e eeuw ging het handhaven van de zeden en gewoonten in de kloosters achteruit, veel priesters trouwen en velen namen "reformatorische" gewoonten over (Oost-Friesland werd al in 1530 lutheriaans). De overgang naar de gereformeerde dienst ging met veel strijd gepaard vanaf de invoering van de Spaanse inquisitie en inmenging. Het gevolg was de eerste inval van de Nassau's in Groningen en de schansenoorlog, de omwenteling in de stad Groningen in 1577 en 1580 (verraad Rennenberg). Eindigend in 1594 met de reductie van Groningen.
Het (grote) klooster Wittewierum werd bijvoorbeeld in 1561 toegewezen aan de nieuw ingestelde bisschopszetel in Groningen. Er werd getracht de reformatie te keren maar uiteindelijk bleken dit miscalculaties van de paus, de koning en de stadhouder. Vanaf 1561 viel het Noorden dus niet meer onder het bisdom Utrecht of Munster. Maar de bisschoppen in Groningen kregen feitelijk geen voet aan de grond zoals ook daarvoor al meestal het geval was.
De eerste slag in de tachtigjarige oorlog vond eigenlijk plaats in Garrelsweer bij Loppersum (20 mei 1568), waarbij ook de borg Duirsum in den Ham van Johan de Mepsche (plaatsvervanger stadhouder Aremberg) werd geruïneerd. De slag bij Heiligerlee op 23 mei 1968 had echter de feitelijke repercussies tot gevolg, het begin van de (schansen)oorlog.
Anno 2003 is uit die tijd alleen nog aanwezig het klooster in Ter Apel en deze is daarmee het enige klooster, in zijn originele staat, uit de middeleeuwen welke bewaard is gebleven in Nederland (zie ook de top 100 gebouwen van de Unesco: Kerk Appingedam, kerk Loppersum, klooster Ter Apel en de beurs te Groningen).
Van de oorspronkelijke steenhuizen (in het Fries stins) is alleen in het steenhuis Iwema in Niebert de oorspronkelijk toren te herkennen. Verder staat in Friesland nog 1 steenhuis uit de 14e eeuw, Schierstins te Veenwouden. In Noordoost-Duitsland (het Reiderland) staat ook nog het steinhaus in Bunderhee (bij Bellingwolde/Bunde). Veel historische huizen zijn gebouwd op de fundamenten van de oude steenhuizen.
Aangeboden de geschiedenis van het landschap Groningen in 8 hoofdstukken, het landschap, de voormalige kloosters, de borgen, kerken, boerderijen en molens, standbeelden en bekende Grunnegers.
Museum klooster Ter Apel
naar boven
Grunneger
copyright W.Bouwland