Groningen en Grunneger: De kerk van Loppersum
10 mei 10.00 - 16.00 uur Orgeldag
6 en 7 juni Cultureel festival
14 juni fototentoonstelling
Rondleidingen:
5 juli 13-16 uur
12 juli 13-16 uur
19 juli 13-16 uur
26 juli 13-16 uur
2 augustus 13-16 uur
9 augustus 13-16 uur
16 augustus 13-16 uur
23 augustus 13-16 uur
30 augustus 13-16 uur
13 september open monumentendag
Via dhr. B. Huizing kunt u een afspraak maken over een rondleiding in de kerk. In de maanden juli en augustus is de kerk op zaterdagmiddag tussen 13.00 en 16.00 uur geopend. Daarbuiten is bijna altijd een sleutel te verkrijgen voor individuele- of groepsbezichtiging.
Het boek "Van tufsteen tot spitsboog", schrijver dhr. Bertus Huizing, is helaas uitverkocht.
Overige literatuur
Bijgaand verhaal van de kerkgeschiedenis is een samenvatting van diverse boeken en publicaties, een uitgebreide literatuurlijst kunt u vinden op mijn geschiedenispagina's.
Deze pagina is gevalideerd
In de provincie Groningen zijn nog circa 160 historische, middeleeuwse, kerken te bezichtigen. Kerken die geheel of grotendeels bewaard zijn gebleven. De belangrijkste bouwperiode van de kerken in Groningen was de 13e eeuw, toen ook vele kloosters en abdijen werden gesticht.
Na de grote "bouwstroom" volgde eind 15e, begin 16e eeuw, het einde van de r.-k. kerk- en bouwtraditie. Met vanaf 1594 in Groningen de overgang naar de gereformeerde (Nederlands hervormde) godsdienst. Na 1580 escaleerde in Groningen de strijd door de Spaansgezindheid en de beschermingsgedachte (protectionisme) van de handelsbelangen (stapelrecht) van de stad Groningen. De heren in de Ommelanden waren voornamelijk voor de hervorming, vanaf 1582 vormden ze zelfs een aparte "staat" door eigen statenvergaderingen te houden. Reeds in 1571 werd, tijdens de eerste gereformeerde synode te Emden, een nieuwe kerkelijke organisatie vastgesteld.
Vanaf de 9e eeuw werden de Ommelanden, bestaande uit Westerkwartier, Hunsingo en Fivelingo onderdeel van het aartsdiakonaat Friesland. Hiërarchisch werden ze ingedeeld in 6 dekanaten of proosdijen (met kerkelijke en zedelijke rechtspraak over verbonden kerspellen): Farmsum, Loppersum, Usquert, Leens, Baflo en Humsterland. Humsterland besloeg grotendeels het Westerkwartier en Achtkarspelen.
De proosdij Loppersum bestond aanvankelijk uit 26 kerspellen. De deken of proost ging over de kerkelijke rechtspraak van de leken, jaarlijks gecontroleerd door de bisschop of de bisschoppelijke officialis. In de 16e eeuw was in Loppersum sprake van een privilege waarbij de pastoor (naast de proosten) de functie commissarius had en namens de bisschop over de kerkelijke lekenrechtspraak ging in 7 kerspellen.
Groningen en Goorecht behoorden oorspronkelijk tesamen met Drenthe tot het bisdom Utrecht. Reiderland (Oldambt) en Westerwolde vielen onder het bisdom Osnabrück en Münster voordat ze in de 17e eeuw definitief tot Groningen gerekend werden.
De 13e eeuwse bouwstijl van de historische kerken in Groningen wordt genoemd romanogotisch. Typisch daaraan zijn de vlakke muren met onder- en bovenzone en het siermetselwerk. Binnen afgewerkt met koepelgewelven en roodgesaust metselwerk. Romaans worden genoemd de kerken van Marsum, Oosterwijtwerd en Eenum. Overwegend gotisch worden genoemd de kerken van Zeerijp, kloosterkerk Terapel, Onstwedde en Middelstum.
De kerk van Loppersum is deels romaans (zuidgevel schip, 12e eeuw), romanogotisch (koepelgewelven en gedeelte gevels van de transsepten, 13e eeuw) en gotisch (koor en koorkapellen met zuidgevel 15e/16e eeuw).
De kerk van Wierum (nu Wittewierum) werd in 1211 geschonken aan het klooster Rosenkamp en was de start voor het vestigen van een abdij te Wittewierum. De zoon van nobiles Ernest uit Loppersum was er pastoor en moest het veld ruimen hetgeen aanleiding was tot onenigheid met Ernest. Hij beriep zich op de bisschop. Abt Emo van het klooster Rosenkamp ging (te voet) naar paus Innocentius III om zijn gelijk te halen. Daarna kwam het tot een schikking (gouden handdruk) met Ernest. Maar een probleem bleef Ernest want in 1217 waren er weer moeilijkheden met hem omdat hij buiten de pastoorsopvolging van Loppersum was gehouden. Een brand in pastorie en kerk was het gevolg.
De bouw van het schip, transsepten met een rechtgesloten koor in Groninger baksteen gebeurde vanaf 1210.
Aan de noordzijde van de kerk in Loppersum is de originele tufstenen kapelmuur met de hagioscoop te herkennen, deze kapel stond hier vòòr de 13e eeuw. De kapel werd in de 13e eeuw het schip van de romanogotische kruiskerk. In ongeveer 1250 kwam de uitbouw met het dwarsschip en het rechtgesloten koor gereed.
De brede zadeldaktoren (typisch voor Groningen en Friesland) is gebouwd in de 14e eeuw. Het koor met de noorder koorkapel (Mariakapel) en de zuider koorkapel (Broederkapel) is gebouwd tussen 1480 en 1493. De sacristie (nu consistorie met verdieping) en de zuidbeuk met de toegangsdeur is klaar gekomen in 1529. De verhoging van het schip met de bouw van de netgewelven (op schip, zuidelijke zijbeuk en viering) in de jaren daarna moet zeer ingrijpend zijn geweest.
Het jaartal 1529 staat in de bovendorpel van de toegangspoort gebeiteld, samen met de symbolen van de patroonsheiligen van de kerk. Dat zijn Petrus met de sleutel van de hemelpoort en Paulus met het zwaard dat een eind aan zijn leven heeft gemaakt. De wijding aan Petrus gebeurde waarschijnlijk met de bouw van de kapel, vòòr de 13e eeuw (vermelding in de kroniek). De wijding aan Paulus waarschijnlijk met de bouw van de kruiskerk, vòòr 1397 (inscriptie in de oudste klok).
In 1559 bestelde Timmannus Petri (pastoor en commissarius) de orgeltribune en ornamenten, zoals deze nu nog te bewonderen zijn. De oudste delen van het orgel dateren uit 1562. De gevolgen van de beeldenstorm (1566) zijn te herkennen aan de afgebroken ornamenten van het natuurstenen scheidingshek tussen koor en koorkapel.
In de middeleeuwen werden (bijna) alle kerken en kapellen gebouwd in de lengterichting west-oost. De oorsprong van deze gewoonte ligt waarschijnlijk al in de tijd van vòòr het Christendom. In het religieuze besef van de mensen had de zon (komt op in het oosten) een grote betekenis. Het licht in de kerk van Loppersum komt vooral naar binnen in het feestelijke koor, een grote ruimte gevuld met licht, omsloten door zachte kleuren van de schilderingen op de gewelven en het imitatiemetselwerk op pilaren en bogen. Volgens een ooggetuige heeft men in elk geval tot 1664 van deze pracht kunnen genieten. De veranderingen vanwege de calvinistische invloed op de reformatie voltrokken zich in een periode van ongeveer 100 jaar zoals ook elders is vast te stellen. De ongeglazuurde plavuizen, aangebracht tijdens de restauratie, harmoniëren met de zachte kleuren van de schilderingen.
De witsellaag die na de reformatie op de gewelven is aangebracht werd, onbedoeld, een goede conservering van de schilderingen. Met de zeer goed uitgevoerde restauratie in de jaren 1938-1959 kwamen ze weer tevoorschijn. Totaal zijn dat 26 originele schilderingen (fresco's) over het leven van Maria, de kerkvaders en 12 taferelen uit de bijbel.

Gewelfschilderingen Mariakapel
De noordelijke koorkapel wordt Mariakapel genoemd. Tot circa 1600 werd deze kapel gebruikt in de verering van Maria. De gewelfschilderingen geven belangrijke gebeurtenissen weer uit het leven van Maria. In totaal 8 schilderingen, daterend uit de 15e eeuw, zijn gaaf bewaard gebleven (op overzicht de nrs. 1-8).
Gewelfschildering in het koor.
In het koor, oostelijk, totaal 10 schilderingen uit de eerste helft van de 16e eeuw. Centraal afgebeeld zijn de kerkvaders Petrus en Paulus (24). Links daarvan Gregorius I de Grote en Hiëronymus. Rechts Augustinus van Hippo en Ambrosius. Met daarboven (21) Christus als Salvator Mundi.
In het aansluitende koortravee zijn afgebeeld de luitspelende engel (17), Maria met de eenhoorn, ongelovige Thomas en de gave van de heilige geest.
In het middelste travee (13) Christus als de man van smarten en het lam (Agnus Dei qui..), een afbeelding van Gethsémanee, de maaltijd van Christus en de Emmaüsgangers.
Het meest westelijke gewelf laat engelen zien met bazuinen (9 en 10), het laatste oordeel op de noordmuur, en op het gewelf de wondere visvangst en de pelikaan met de jongen als zinnebeeld van Christus.
De sluitstenen in het dwarsschip tonen de kruisiging (noord) en het godslam (zuid), later geschilderd over het oorspronkelijk roodgesausde metselwerk. De andere sluitstenen zijn voorzien van wapens van de edelen betrokken bij deze kerkbouw.
Voor een uitgebreide beschrijving zie mijn geschiedenispagina's
De consistoriekamer aan de noordzijde van het koor vormt een geheel met de Mariakapel. Een in de noordmuur van het koor uitgespaarde trap geeft toegang tot de overwelfde, vriendelijk stille verdieping boven de consistorie. Oorspronkelijk gaf deze trap toegang tot de koorgewelven. Volgens het monumentenboek zou de verdieping boven de consistorie in 1643 zijn gebouwd. Mogelijk werd het ook gebruikt als school.
De toegang tot de verdieping in de consistorie werd in 1956 tijdens de restauratiewerkzaamheden weer herontdekt. Over het gebruik van deze ruimte is echter geen zekerheid. De meubels die er nu staan zijn ter plaatse gemaakt omdat deze niet door de deur naar binnen konden. In de volksmond wordt dit de schatkamer genoemd hoewel er uiteraard geen kerkschatten meer aanwezig zijn.
In het koor hangt een haarlok. Het verhaal of de sage van deze haarlok gaat terug tot de 16e eeuw. In de natuurstenen zijposten van de zuidelijke ingangspoort staan horizontale en verticale uitgeslepen groeven. Dit is veroorzaakt (meest waarschijnlijke lezing) door het volksgeloof in de late middeleeuwen en ook daarna.
De kerk van Loppersum verbergt nog altijd de informatie over het graf van plaatsvervangend stadhouder Johan de Mepsche. Het verhaal van de beljongen (rechts naast de orgeltribune) geeft het gebruik van de kerk in en na de middeleeuwen een klinkende en beeldvormende inhoud. Ook is dat het geval met de bewaard gebleven "surrogaatklok" uit de oorlogsjaren.
Sierlijke laatgotische natuurstenen hekwerken met eiken deuren (1564, renaissance) scheiden koor en koorkapellen. Enige gildetekens zijn aangebracht in het schip en transept, ook zichtbaar zijn de 12 wijdingskruisen in het schip, koor en dwarspand.
Een restant van het doksaal is nog zichtbaar op de westwand van het zuiderdwarspand.
De orgelgalerij rust op kunstig gesneden consoles, waarop ook weer sleutel en zwaard voorkomen, geflankeerd door de initialen van pastoor/commissarius (1558-1585) Timmannus Petri. De figuurtjes staan voor de ondeugden van de mens als gierigheid, gulzigheid, wreedheid etc. De herenbank is 17e eeuws (familie Rengers en familie Starckenborg). In het schip en consistorie zijn afbeeldingen aanwezig van de situatie van vòòr de restauraties.
Van het belangrijke historische orgel, de oudste delen uit 1562, is de bouwer onbekend. Oorspronkelijk ook voorzien van vleugeldeuren. De restauratie gebeurde in 1665 door Arp Schnitger. In 1735 werd het manuaal, dat wil zeggen het hoofdklavier met bijbehorende windlade en pijpen, opnieuw gemaakt door de bekende orgelmaker A.A. Hinsz te Groningen (12 stemmen), terwijl later in 1803 het rugpositief werd ontworpen door de orgelmaker Freytag (8 stemmen).
In het front zijn de grote middentonen en de 2 middenbovenvelden geen sprekende pijpen meer. De oorzaak is hierin gelegen dat men in 1935 gebruik heeft gemaakt van de bestaande orgelkast en de middentonen met de oude pijpen uit 1562 heeft laten staan. In 1912 en 1931 zijn kleine restauraties uitgevoerd door de orgelbouwer Doornbos te Groningen. In 1964 vond na de kerkrestauratie een totale reconstructie plaats, waarvan kas, orgeltribune en vele versierselen nog uit 1562 dateren. Deze restauratie werd uitgevoerd door de firma van Vulpen te Utrecht.
Abel Eppens (van de heertstee Bolhuis) was een eigenerfde boer in Eekwerd. Eekwerd is als wierde bijna geheel afgegraven. Wat nog rest is de Bolhuislaan met de boerderijplaats. Hij kreeg een goede opleiding en studeerde bijvoorbeeld in Groningen, Erfurt, Wittenberg en Keulen. In 1580 moest hij vluchtten naar Emden, zoals velen, wegens hun getoonde hervormingsgezindheid. In 1590 stierf hij als vluchteling in ballingschap.
Heel bijzonder zijn de nagelaten kronieken over de periode 1550-1590 geschreven in Emden. Een veel geciteerde bron. Eén van zijn zoons, Leo, werd in 1595 de eerste dominee in Loppersum. Een kleinzoon van Eppens werd hier de derde predikant.
In de 18e eeuw was dhr. J. Verschuir gedurende 12 jaren verbonden aan de kerk van Loppersum als koster en schoolmeester. Opvallend was zijn wiskundige kennis, ongebruikelijk voor een koster in die tijd. Hij sloeg zelfs een aanbod af om hoogleraar te worden.
Begonnen als schoolmeester werd hij later predikant. Zijn standplaats was vervolgens Zeerijp. Hij vormde in die tijd nieuwe denkbeelden over de godsdienstige beleving (het Piëtisme) en werd een voorman van de piëtistische stroming in Noord-Groningen. Ook schreef hij een aantal boeken, zelfs in 2006 werd daarvan een boek herdrukt.
Ds. dr. P. van Leeuwen beëindigde zijn loopbaan als predikant in Loppersum. De gemeente Oterdum-Heveskes was zijn eerste standplaats in de (crisis)jaren dertig. Daar koos hij voor de woonplaats Heveskes. Muziek was ook toen al zijn hobby, daardoor werd er het Hervormde zangkoor opgericht, deze had altijd veel leden. Later werd hij bekend door zijn schrijfsels in de Groninger taal, preken in het Gronings en het Loppersumer volkslied. Heel bijzonder omdat hij van oorsprong geen Groninger is.
De concerten in de kerk van Loppersum (Lopster avondmuziek) waren in zijn tijd bijzonder polulair.
Oorspronkelijke naam:
Petrus en Pauluskerk, in de 13e eeuw een kruiskerk in romanogotische stijlDateringen huidige kerk:
11e/12e eeuw tufstenen kapel met rechtgesloten koor, gewijd aan PetrusInventaris
1493 gewelfschilderingen MariakapelOrgel
1562 oorspronkelijke delen, restauratie en uitbreiding door o.a. A. Schnitger, A.A. Hinsz en Freitag, van Oekelen/Doornbos en van Vulpen (1965).Klokken

De historische kerk van Loppersum is een topmonument in de provincie Groningen. Vanuit de kerkelijke gemeente Maarland wordt getracht de kerk zoveel mogelijk toegankelijk te houden.
Onder meer hebben zich een aantal mensen beschikbaar gesteld om daaraan mee te werken. Via dhr. B. Huizing kunt u een afspraak maken over een rondleiding in de kerk. In de maanden juli en augustus is de kerk op zaterdagmiddag tussen 13.00 en 16.00 uur geopend. Daarbuiten is bijna altijd een sleutel te verkrijgen voor individuele- of groepsbezichtiging.
Groningen en Grunneger copyright W.Bouwland