Historie van het schrijven - tot de 19e eeuw
Het ontstaan van taal
Eerst was er de taal daarna ontstond het schrift, dat lijkt logisch. Uit gepubliceerd onderzoek (2001) is al duidelijk dat een bepaald gen, het FOXP2-gen, een belangrijke rol speelt in het menselijk taalvermogen.
Het volgende artikel is uit NRC/Handelsblad van 15 augustus 2002.
Een gen dat nauw samenhangt met het taalvermogen van de mens heeft ergens in de afgelopen 200.000 jaar
op twee plaatsen een belangrijke verandering ondergaan. Deze mutaties in het zogeheten FOXP2-gen, dat
miljoenen jaren daarvoor niet veranderde, markeren mogelijk een doorbraak in de evolutie van het taalvermogen.
Duitse en Britse onderzoekers beschrijven hun ontdekking vandaag in het wetenschappelijk tijdschrift Nature.
Het is niet bekend hoe oud de menselijke taal is. Volgens sommige theorieën ontstond het taalvermogen in rudimentaire vorm al twee miljoen jaar geleden. Met de komst van homo erectus. Tijdens de menselijke evolutie, met de groei van de
hersenen, is dit taalvermogen steeds complexer geworden. De mutaties van het FOXP2-gen zouden ongeveer
samenvallen met het ontstaan, zo'n 150.000 jaar geleden, van de moderne mens: Homo sapiens, met aanzienlijk
grotere hersenen dan homo erectus.
Ook chimpansees, gorilla's en mogelijk zelfs papegaaien hebben het vermogen om dingen (knoppen, gebaren of klanken)
te laten verwijzen naar andere dingen. Maar alleen de mens bezit het vermogen om woorden naar andere woorden te laten
verwijzen. Door deze complexe manipulatie van symbolen is de mens in staat een eigen wereld in taal op te bouwen.
home
terug
verder
Glottogonie, onderzoek naar het ontstaan van taal
Het maken van herkenbare geluiden en klanken (taal) gebeurd door het in trilling brengen van lucht. Trillingen laten geen sporen na zoals de stenen waarin tekens en woorden zijn gebeiteld. Over de geschiedenis van de gesproken taal is dus weinig bekend. Het ontstaan van taal is wel een langdurige geschiedenis, daarover is men het eens (1-3 miljoen jaren). De vorming van taal zou samenhangen met de ontwikkeling van de mens: homo sapiens ging rechter lopen en het strottenhoofd ontwikkelde zich.
In de dierenwereld wordt door veel diersoorten onderling gecommuniceerd. De oervorm van taal. Mensen communiceren met dieren door herhaaldelijk bepaalde geluiden te maken welke uiteindelijk door het dier worden begrepen. Zoals de paardenfluisteraar praat met het paard en de kat die de woorden van zijn huisgenoten zeer duidelijk verstaat. Het is helemaal niet gek te veronderstellen dat de communicatie tussen mens en dier zich ook verder ontwikkeld.
Widipedia maart 2008:
De glottogonie (van het Grieks: glootta - "tong, spraak" en gon- "verwekken") of glottogenese is de tak van de taalwetenschap die zich bezighoudt met de studie van het ontstaan van taal. Deze tak van de taalwetenschap ontstond aan het eind van de 20e eeuw en is nog vrij speculatief. Ze baseert zich op inzichten uit de archeologie, (historische) taalkunde en antropologie. Daarvoor zaten de opvattingen over het ontstaan der taal eerder in de mythologische sfeer, zoals bijvoorbeeld het bijbelse verhaal over de toren van Babel, of de Afrikaanse mythen, opgetekend door Mineke Schipper.
home
terug
verder
De eerste schrifttekens

De eerste geschreven kunst is deze week (12 januari 2002) gedateerd op 77.000 jaar. Over de datering is men
(de wetenschappers) het eens. De vindplaats is de Blombos grot in Zuid Afrika. Het betreft
2 stukjes rode oker met de afmetingen 5 en 7 cm.
Door Alexander Marshack is begin jaren zestig onderzocht hoe oud de eerste schriftelijke
tekens waren. Dit betrof graveringen in groepen lijnen gemaakt in bot. De vroegste uit
Frankrijk is gedateerd op omstreeks 30.000 jaar geleden. Waar de deskundigen het over eens
zijn is dat de tekens tellingen vertegenwoordigen, niet duidelijk is wat de tellingen
betreffen.
Van alle revolutionaire scheppingen van de mens is het schrijven één van de allergrootste
intellectuele verworvenheden. Het werd niet eenmaal uitgevonden maar wellicht zelfs zes
maal afzonderlijk. (China - Midden Amerika - Midden Oosten - Europa).
De climax van de eerste ontwikkeling van het schrift kwam even voor het einde van het tweede
millennium v.C. met de opkomst van het Phoenicische alfabet - de voorloper van het
gedrukte schrift.
home
terug
verder
Taalschriften, de geschiedenis van het schrift
Drs. W. Jansen Heijtmajer (http://www.xs4all.nl/~wjsn/tekst/taalschriften.htm):
De geschreven geschiedenis van de taal blijft altijd een onvolledig geheel. De gesproken taal en mondelinge overdracht blijft immers buiten beeld. Wat bewaard is gebleven aan inscripties, symbolen en tekeningen is bovendien slechts een kleine fractie van wat ooit aanwezig was.
Het schrift is wellicht wel viermaal uitgevonden: In Egypte (Afrika), in China, in Mesopotamië (Azië) en in Amerika. Maar mischien is het wel vijfmaal uitgevonden (ook in Harappa). Er worden "vier soorten" schrift onderscheiden: I. Sinitic script zoals Chinees, II. Sogdian script zoals het verticale Mongoolse schrift, III. Brahmi script zoals Tamil en IV. Phoenician script (verspreid door de Feniciërs).
Het spijkerschrift (Cuneiform Scripts)

Het spijkerschrift is één van de oudste schriftsystemen. Het ontstond in Mesopotanië in het vierde millennium v.C. en het registreerde gedurende meer dan 3.000 jaren het Sumerisch, Arkadisch, Babylonisch en andere culturen en de verschillende talen daarvan.
Cuneiform is het samenvattend begrip voor verscheidene te onderscheiden soorten van schift en is afgeleid van het Latijnse woord cuneus, hetgeen betekend driehoek of spijkerkop. Cuneiform tafels werden beschreven door schrijvers welke pennen gebruikten in de vorm van een in een driehoek gesneden rietstengel, stuk been, hardhout of metaal. Gewoonlijk geschreven op verse klei welke vervolgens werd gebakken in een oven of gedroogd in de zon. Soms werden teksten ook vastgelegd op steen, glas of metaal.
De meeste overgebleven kleitabletten zijn documenten van verschillende soort waarop dagelijkse gebeurtenissen werden bijgehouden.
home
terug
verder
Eerste archieven
Circa 3.500 jaar v.C. bestonden er reeds kantoren. In het land van Eufraat en Tigris waren de
steden erg belangrijk. Per stad had je een koning en deze liet de feiten die belangrijk
waren optekenen op kleitabletten (spijkerschrift). Op verse klei werden de gegevens ingebeiteld, daarna
gedroogd en in de bibliotheek opgeborgen. Bij opgravingen in de dertiger jaren van de twintigste eeuw zijn complete
bibliotheken tevoorschijn gekomen.
Dit schrijven werd gedaan in een ruimte (kantoor) waar soms 20-30 mannen zich met deze
werkzaamheden bezighielden. In 5.500 jaar is eigenlijk niet zoveel veranderd, behalve de
techniek om de gegevens te verwerken!
home
terug
verder
Papyrus

Papyrus is de voorloper van het papier zoals wij het nu kennen. Het wordt gemaakt van de stengel van de cyperus papyrus.
In lange repen gesneden papyrusstengels werden als een weefwerk op elkaar gelegd, en terwijl ze nog nat waren samengedrukt. Het kleverige plantesap fungeerde als bindmiddel. Als het blad droog was werd het oppervlak behandeld met een soort lijm waardoor de inkt niet ging lopen.
Het oudste gebruik van papyrus gebeurde waarschijnlijk in China. In Egypte zijn echter ook veel vondsten van papyrus uit de oudheid bekend. De oorzaak daarvoor zijn de gunstige klimatologische omstandigheden. Met name de luchtvochtigheid is heel belangrijk. Bij een te hoge luchtvochtigheid vergaat dit papier al zeer snel.
home
terug
verder
Inkt en papier
In de ontwikkeling van het schrijven is het interessant om te weten wanneer er sprake was van inkt en papier. Die materialen zijn nog altijd erg belangrijk. Het is bekend dat de Chinezen Oostindisch inkt gebruikten, ongeveer 3.000 jaar v.C.

Dit inkt was een mengsel van water en roet, later van water en vitriool. Sindsdien is er enorm veel gedokterd aan de samenstelling van inkt. Met het gebruik van inkt is ontdekt dat met de inkt het best kon worden gescheven op
papyrus, dit is gepapt blad van de papyrusplant.
Het oude Chinese schrift is een vorm van calligraferen, het schilderen in karakters. Tot op de huidige dag zijn daarvoor de attributen de inktsteen, inkttablet, schrijfpenseel en papier. Door de inkttablet op de steen te wrijven komt poeder vrij en onder toevoeging van druppels water ontstaat de inkt.
home
terug
verder
Stonehenge

In Stonehenge schrijft het licht van de zon. Niemand zal ooit weten welke betekenis deze tekens hadden voor de mensen die daar toen leefden. Wel zeker is dat hier tijdstippen in een jaargetijde kunnen worden "gelezen", belangrijk voor de teelt van gewassen.
De bijbehorende uitleg in de vorm van tekst is wellicht nooit gemaakt. En als het wel gemaakt is, voorgoed verdwenen door de tand des tijds. Archeologen hebben de grond "gelezen" maar de "taal" van deze grond nooit volledig begrepen. Hetzelfde zou over de hunebedden (ongeveer even oud) kunnen worden geschreven.
Het archeologisch onderzoek richtte zich in het verleden in het algemeen op begraafplaatsen e.d. In 2006 zijn vlak bij Stonehenge de resten van een oude nederzetting gevonden.
Hiërogliefen schrift

Het woord hiërogliefen is van Griekse oorsprong en komt voort uit de hiëroglyphikòs grammata. Dit betekent zoveel als de heilige tekens.
De hiërogliefen zijn omstreeks 2.500 v.C. ontstaan. En vooral bekend geworden door de opgravingen in Egypte.
Voor de Egyptenaren was de god Thot de maker van dit schrift, en ze noemden daarom de tekens Gods woorden. Ons alfabet bestaat uit slechts 26 letters, de oude Egyptenaren moesten 800 verschillende tekens uit het hoofd kennen.
De kleitabletten van de Hittiten
Groot Koninkrijk van de Hittiten (1.750 - 1.190 v.C.)
Ongeveer in 1750 v.C. waren de Hittiten heersers over een groot deel van Anatolië, ze vestigden hun eerste Koninkrijk in Nesa bij Kultepe in centraal Anatolië. De oude stad Bogazkoy werd uitgeroepen tot hoofdstad van het Koninkrijk en de naam van deze stad werd veranderd in Hatusa. Hattusili werd de eerste koning van de Hittiten.
De Egyptenaren verloren de oorlog met de Hittiten. De beroemde Kadesh-vredesverklaring werd getekend door Huttusili IV en Ramses II, deze vredesverklaring is de eerste geschreven overeenkomst tussen landen in de menselijke geschiedenis. Een copie van het document in de Hittitische taal wordt tegenwoordig tentoongesteld in het Museum voor Archeologie in Istanbul.

Hittiten gebruikten het spijkerschrift (cuneiform script). Op sommige inscripties gebruikten ze ook hiërogliefen met de bedoeling om het begrijpelijk te maken voor de gewone mensen.
Ze waren in belangrijke mate beïnvloed door de Hatti beschaving betreffende religie, mythologie, kunst en cultuur.
Hoewel de Hittiten optraden als de heersers van het land, namen de koningen Hatti namen aan.
In de menselijke geschiedenis vormden de Hittiten de eerste samenleving met een rechtssysteem waarin mensenrechten werden aangegeven, nog belangrijker: De erkenning van sociale rechten van de vrouw en belangrijkheid in de samenleving.
Cuneiform kleitabletten van de Hittiten (meer dan 10.000 stuks) werden ontdekt in Bogazköy (in huidig Turkye). Deze leverden belangrijke informatie over de voorgenoemde onderwerpen.
Kantoren

Het eerste kantoorgebouw ter wereld werd gebouwd in Athene naast Plato's academie.
De stadsarchieven die toen werden opgebouwd betroffen bijvoorbeeld: Vreemdelingendienst, belasting,
kunst-registrator en schooladministratie.
Van al het schrijfwerk dat daar gedaan werd is uiteindelijk weinig bewaard gebleven.
De oorzaken daarvoor zijn velerlei. De kwaliteit van het papier was zeer slecht. Door roof
plundering en brand is ook veel verloren gegaan. Bovendien werd papier vaker dan 1 keer
gebruikt en men was bovendien niet erg "bewaarderig" ingesteld.
home
terug
verder
De bibliotheek van Alexandrië
De bibliotheek van Alexandrië ging al in de oudheid voor een wereldwonder door. Het werd in 295 v.C. gebouwd door Ptolemeus I en bevatte één van de grootste handschriftenverzamelingen ter wereld. Kunstenaars, dichters, grote denkers en wetenschappers als Plato, Socrates en Euclides studeerden en werkten er. In de 4e eeuw n.C. werd de bibliotheek door brandstichting verwoest. Door de eeuwen heen zijn de opbouw, omvang en verdwijning van de bibliotheek onderwerp van legendevorming geweest.
Een team van Poolse en Egyptische archeologen deed in 2004 opgravingen in een deel van de stad, dat aan de Middellandse Zee lag, toen zij op een belangrijke vondst stuitten. De resten die ze aantroffen schenen toe te behoren aan wat destijds grote college- of gehoorzalen moeten zijn geweest. Er was een speciale verhoging in de zalen te vinden waar de lesgevende docent op kon gaan staan. In totaal zijn er 13 grote zalen ontdekt die gezamenlijk maar liefst 5.000 studenten konden huisvesten.

In 2002 werd de nieuwe bibliotheek van Alexandrië – de Bibliotheca Alexandrina – geopend. De bibliotheek bezit 8 miljoen boeken en is uitgerust met de allernieuwste informatietechnologieën. Naast de bibliotheek, een leeszaal voor 1.700 bezoekers, een conferentiezaal, een planetarium, vijf onderzoeksinstellingen en een internetcentrum, bevat het gebouw drie musea en vier kunstgaleries. Het is een internationaal centrum voor cultuur geworden, vergelijkbaar met het Museion dat vroeger deel uitmaakte van de oorspronkelijke bibliotheek van Alexandrië. Het gebouw wordt algemeen beschouwd als een van de belangrijkste architectonische werken van de afgelopen decennia.
Perkament
Perkament (pergamena charta = het blad van Pergamum) wordt gemaakt van de huid van een kalf, lam, geit of schaap. Het wordt al bijna even lang gebruikt als papyrus. Maar het is veel minder kwetsbaar daardat het minder gevoelig is voor vocht. Daarom werd het in de middeleeuwen ook veel in de Nederlanden gebruikt.
Dode Zeerollen
Hoe oud zijn deze?. In 1947 zijn ze ontdekt en hebben dus gedurende een heel lange tijd geen enkele betekenis gehad. Een vraag is onder andere: Zijn deze geschreven in de jaren 0-30 of zijn ze jonger.
Toelichting op de Dode Zeerollen.
Claudius en het eerste pocketboek
Keizer Claudius komt de eer toe van de uitvinding van het pocketboek. Als geweldig kenner van
de Romeinse geschiedenis wist hij precies welke fouten in het verleden tot rampen hadden geleid.
Deze kennis bracht hem ertoe al zijn veldheren en provinciale bestuurders zakboekjes over
verschillende onderwerpen te zenden.
Krenterig als hij op sommige onderdelen kon zijn, liet hij daarvoor de afvalranden van de
perkamenthuiden gebruiken, zodat de boekjes nogal onregelmatig van vorm waren.
De blaadjes waren fijn beschreven en omdat ze te klein waren om er de gebruikelijke rollen van te maken,
bedacht de slimme Claudius de geregen rug.
De eerste boekjes hadden nog een veter in een bovenhoek, maar dat bleek geen succes. Daarom
werd de veter door een aantal gaatjes geregen en daarmee was het eerste pocketboek een feit.
Papier
Zo'n 3.000 jaar na het uitvinden van papyrus als schrijfmiddel, werd het papier uitgevonden. Cai Lun, een ambtenaar van de oostelijke Han-dynastie, maakte papier door de bast van de moerbeiboom en bamboevezels te mengen met water, waarna het mengsel werd afgegoten en te drogen gelegd op een vlak raamwerk van bamboe.
Tijdens de Tang- en Song dynastieën werd papier voor verschillende doeleinden gebruikt. Voor kalligrafie werd vooral papier gebruikt dat werd gemaakt van hennep, dierenhuid, bamboe en xuan, gemaakt van een soort pijnboom.
Pas in 753 werd dit voor het eerst in Europa toegepast. Waarschijnlijk is daartoe een Chinees ontvoerd, omdat de Chinezen hun geheimen nooit vrijwillig prijsgaven. De eerste papiermolens in de Nederlanden, aangedreven door waterkracht, werden opgezet begin 15e eeuw.
home
terug
verder
Blokdruk in China
Na het uitvinden van papier werden in de 7de eeuw in China blokdrukken gemaakt (xylografie). Bij blokdruk wordt de volledige tekst als een stempel uit het hout gesneden. De eerste gedrukte krant (in China) zou uit 748 dateren. En in 868 werd het oudste gedrukte boek gemaakt, de Diamant Soetra, een boeddhistisch geschrift. Het drukken van boeken was een tijdrovende bezigheid, omdat elke bladzijde afzonderlijk uit één blok werd gesneden. Het doel was niet om teksten in een veelheid te gaan verspreiden maar wel om de originele teksten goed te bewaren, bij mondelinge overdracht worden deze ernstig vervormt.
Tijdens de Song dynastie werd een drukproces met afzonderlijke tekens uitgevonden. Er werden losse Chinese tekens uit hout gesneden, die op volgorde konden worden gelegd en opnieuw konden worden gebruikt. Later werden letters van klei gebruikt, maar die braken snel. Tijdens de Ming dynastie werd de houtdruk met losse tekens geperfectioneerd, en werden boeken in twee kleuren gedrukt.
home
terug
verder
Ganzeveer
Een ganzeveer moet uit de linkervleugel van de gans worden geplukt, zo wordt herhaaldelijk in oude boeken vermeld. Ganzeveren zijn allemaal gebogen en hebben een smalle en een brede zijde. Omdat de meeste
mensen rechts schrijven moet de veer uit de linker zijde komen omdat dan de smalle veerkant
tegen de hand rust en men gemakkelijker schrijft.
De ganzeveer is sinds 635 (Spanje) in gebruik geweest. In het begin was de pen van riet of ivoor
populairder. Eerst in circa 1350 is het gebruik van ganzeveren sterk toegenomen, in Duitsland
(ganzenland bij uitstek) is men eerst in de 17e eeuw geheel op de ganzeveer overgegaan.
Het inkt maakte men over het algemeen zelf, en van redelijke kwaliteit.
home
terug
verder
Oudnederlands
(Dgbld vh Nrdn dd. 22 april 2005, redactie woordenboek Oudnederlands). De redactie van het Oudnederlands woordenboek houdt zich onder andere bezig met het onderzoek naar het ontstaan van de Nederlandse taal. Uit de Lex salica (Salische wet, 6e eeuw) stamt de zin "maltho thi afrio lito" (Ik zeg: ik maak je vrij, halfvrije).
Belangrijke vondsten van geschreven Oudnederlands dateren uit de 12e, 8e en de 6e eeuw. Het oudste Nederlands woord zou kunnen zijn vadam (= wad, Tacitus jaar 107) of ann (= gunnen, jaar 450).
home
terug
verder
Middeleeuwse verluchtigde (religieuze) manuscripten
Bijgaande periodeindeling van de boek(druk)kunst is ontleend aan:
booktext.
Belangrijke perioden in de ontwikkeling van de boek(druk)kunst:
7e - 13e eeuw Met het internet is het mogelijk op een simpele wijze de schitterende verluchtigde manuscripten uit deze periode te bekijken. Volledig handgemaakt en met ingewikkelde afbeeldingen met religieuze betekenis of achtergrond.
Illuminated Manuscripts, Koninklijke Bibliotheek en Museum Meermanno.
13e - 15e eeuw
Hier vinden we de invloed van de Griekse en Romeinse periode in de geschiedenis. Alsmede
de invloed van de eerste universiteiten. Dit resulteerde in boeken met niet-religieuze onderwerpen, en onder andere
gebaseerd op alledaagse waarneembare subjecten en objecten.
15e-16e eeuw
Eerste gedrukte boeken van traditionele (religieuze) boeken.
16e-17e eeuw
Nieuwe onderwerpen, nieuwe informatie, nieuwe waarheden.
home
terug
verder
Het schrijven van muziek
Het Gregoriaans werd in het begin uitsluitend doorgegeven door het voor te zingen. Wel werd de tekst opgeschreven (8e eeuw), deze tekst zou je geschreven muziek kunnen noemen. Al spoedig begon men de melodie aan te geven door langs 1 lijn (a secco) bij de tekst ook de verhogingen en verlagingen aan te geven.
Daarna werden enige lijnen toegevoegd om de halve verhogingen aan te geven. De monnik Guido van Arrezzo wordt gezien als de grondlegger van het notenschrift zoals wij die nu kennen. Hij leefde ongeveer aan het begin van het tweede millennium (1000).
Karel de Grote
Karel de Grote liet alles vastleggen: Verordeningen, oorkonden, notulen, verslagen van
besprekingen en afspraken met vorsten, bisschoppen en pausen. Dat was tot dan niet gebruikelijk.
Hij zette bovendien een rechtsapparaat op om alle wetten en verordeningen te verbeteren.
home
terug
verder
Het Evangeliarium van Egmond

Gemaakt in Reims, 9e eeuw. Dirk II, graaf van Holland en Friesland verwierf dit boek in 975. Perkament, 218 folia, 231 x 207 mm.
Hervonden in de Oudbisschoppelijke Klerezij te Utrecht, 1830. - 76 F 1, fol. 214v. Graaf Dirk en zijn vrouw Hildegard zijn begraven in de abdij van Egmond, welke door hen werd gesticht (verwoest in 1573).
Het Evangeliarium van Egmond is één van Nederlands belangrijkste cultuurhistorische voorwerpen uit de vroege middeleeuwen. Naast zijn belang als historisch document bevat het de oudste afbeeldingen van Nederlandse mensen en gebouwen en vertegenwoordigt het eveneens één van de oudste, bewaard gebleven, kerkschatten.
home
terug
verder
The invention of the movable type
Veel belangrijke uitvindingen vonden plaats in China. In 1040 maakt de Chinees Bi Sheng aparte gesneden letters uit hout. Daarna uit gebakken klei (en nog later uit gegoten metaal) om gevormde zinnen te drukken en om letters of tekens opnieuw te kunnen gebruiken. Dit omvatte circa 3.000 tekens.
Ook het drukken van boeken uit losse drukletters volgde reeds na enige jaren. Het drukken van bankbiljetten bestond toen waarschijnlijk reeds langer. Want in 1107 ging men kleurendruk toepassen. Dit was noodzakelijk om het vervalsen van bankbiljetten tegen te gaan.
home
terug
verder
Eerst bewaard gebleven (poëtische) schrijfsels in Latijn/Oud Nederlands
Een verliefde Vlaamse monnik in de abdij van Rochester (Kent) schreef wellicht de eerste, bewaarde, versregels in het Oud-Nederlands (ongeveer 1100).
Heinric van Veldeken, die in dienst was van de graaf van Loon was onze volgende dichter.
Daarna kwam de poëzie tot bloei in Vlaanderen en Brabant.
In de Gouden Eeuw (17e eeuw) namen de Noordelijke Nederlanden dan het voortouw
op economisch en cultureel gebied.
Hebban olla uogala nestas bigunnan
hinase hic enda thu
wat unbidan we nu
............................
Tesi samanunga was edele unde scona
In Nederlands:
Alle vogels zijn aan hun nesten begonnen
behalve ik en jij
wel waarop wachten wij..................
Deze gemeenschap was edel en schoon
Relativeer het begrip "eerste" want vooral de taal is een ontwikkeling en de eerste zin is nooit meer te achterhalen!:
Er zijn zinnen opgeschreven die driehonderd jaar ouder zijn dan die over de vogeltjes. Bijvoorbeeld in een Utrechtse doopbelofte uit het eind van de achtste eeuw. Er wordt verder gevraagd naar het geloof in ‘crist godes suno’ en de ‘halogan gast’.
Er zijn tientallen, zo niet honderden, woorden en zinnen ouder dan die van de West-Vlaamse monnik in Rochester opgetekend, maar dit zinnetje doet het goed: Een eenzame, verliefde monnik die een zin krabbelt op het schutblad van een boek waarop hij zit te zwoegen.
Deze verzameling gaat niet alleen over het bestaan van een schrijftaal maar vooral over het gebruik ervan.
home
terug
verder
Emo van Huizinge in Groningen (1170) schreef in het Latijn
Emo van Huizinge, eerste abt van het klooster Bloemhof in Wittewierum, schreef zijn (persoonlijke) kroniek in het Latijn.
Dat was al in de jaren 1204-1237. Het is heel bijzonder dat we die nu nog kunnen lezen. Want in 1561 werd het klooster opgeheven. De laatste abt week uit naar Dokkum en kwam uiteindelijk weer in Groningen met de kronieken van Bloemhof!. Bijna alles is door de toenmalige oorlog vernietigd. Emo van Huizinge was de belangrijkste abt in Groningen in de 13e eeuw. Hij was onder andere belangrijk voor de aanleg van dijken. En hij ondernam veel reizen naar Frankrijk en naar de Paus. In de bloeitijd van de kloosters Rosenkamp (nonnen) en Bloemkamp (monniken) zouden deze meer dan 1.000 bewoners en medewerkers hebben gehad.
Volgens de deskundige was het tijdens de Middeleeuwen niet gebruikelijk dat men schreef over gevoelens en twijfels. Abt Emo schreef over zijn schuldbesef in verband met de watersnood in 1218. Maar ook over zijn twijfels in een mogelijk geval van simonie (omkoping) hetgeen hij op zichzelf betrok.
home
terug
verder
Van den vos Reynaerde, van Willem die Madocke maecte
Een meesterwerk waarvan het oudste geschreven exemplaar gedateerd is half 14e eeuw. Waarschijnlijk al geschreven eind 13e eeuw.
Reynaert is een sluwe, zelfverzekerde, gewetenloze en vindingrijke vos. Hij haalt gemene streken uit en komt steeds weer op listige ideeën om zijn straf te ontlopen. Hij kan zijn tegenstanders in de val lokken door in te spelen op hun hebzucht, gulzigheid en wraakzucht. Ondanks zijn gemene streken heeft hij de sympathie van de lezer. Hij staat buiten en boven alle standen, hij is de ‘outcast’ die zich wreekt op de hypocriete maatschappij.
home
terug
verder
Rijmbijbel van Jacob van Maerlant
In 1271 schreef Jacob van Maerlant zijn rijmbijbel in met Middel-Nederlands (Diets). Hij was waarschijnlijk de belangrijkste schrijver in de 13e eeuw. Overigens was men (adel en geestelijkheid) er niet voor dat de bijbel, geschreven in de taal van het volk ook gelezen werd door het gewone volk.
Een afgeschreven exemplaar is aanwezig in de collectie van het museum Meermanno. Anno 2008 dient het bindwerk gerestaureerd te worden. Deze rijmbijbel is afgeschreven op perkament in het jaar 1332, de originele vermelding van afschrijver en datering nog leesbaar.
Beatrijs

Sinds ongeveer 1800 is het handschrift van de legende over het leven van Beatrijs in het bezit van de Koninklijke Bibliotheek. Het is een topstuk van de bibliotheek.
Het verhaal is geschreven in 1374. De bijzonderheid is dat van dit handschrift 1 unieke versie bewaard is gebleven.
Lombarden

Begin 14e eeuw waren door de Italiaanse bankiers reeds 70 pandhuizen in onze steden gevestigd.
Er werd aan stadsbesturen en particulieren op onderpand geld geleend.
Vandaar de herkomst van het woord lommerd.
Het nieuwe hiervan was dat men niet meer geld uitleende op basis van erewoord of op
basis van tegenprestatie in dienstverlening maar uitsluitend op basis van onderpand tegen
woekerrente. Het hoeft geen betoog dat schrijven hier erg belangrijk was!
home
terug
verder
Schrijven - monnikenwerk
Tot aan de uitvinding, en invoering op grote schaal, van de boekdrukkunst werden boeken uitsluitend met de hand
geschreven en overgeschreven. Aangezien de kerk het alleenrecht op het onderwijs had
en ieder ontdekt talent binnen de kloostermuren hield, waren deze afschrijvers meestal
monniken, die soms een zeer grote vaardigheid aan de dag legden.
Karel de Grote voerde een vorm van leerplicht in. Scholen waren er niet alleen in kloosters.
De tot lesgeven bekwame monniken kregen een overvloed aan leerplichtigen te verwerken,
zodat ze soms driehonderd leerlingen hadden. Maar ze kenden geen tempo, het overschrijven
van religieuze teksten had geen haast en ze konden er net zo lang over doen als ze zelf
wilden.
home
terug
verder
Lyriek - Middelnederlands
Tekstontsluiting en onderzoek: Het Huygens Instituut, projeckt Gruuthuse-handschrift.
"Het Gruuthuse-handschrift (Koolkerke, collectie familie Van Caloen) is een oorspronkelijk uit Brugge afkomstige, zeer diverse, verzameling Middelnederlandse berijmde literatuur die omstreeks 1400 totstandkwam.
Er zijn talloze redenen waarom dit handschrift speciaal mag worden genoemd. Wel het belangrijkst is dat het een collectie bevat van 147 zelfstandige liederen die vrijwel alle zijn voorzien van muzieknotatie. Als we de liederen meerekenen die in twee verhalende gedichten zijn ingevlochten, gaat het om een totaal aantal van 155.
Er is geen enkele andere middeleeuwse bron in de Nederlanden die een dergelijke lyrische rijkdom tentoonspreidt."
Op 15 februari 2007 maakte de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag bekend dat ze de verzameling Gruuthuse-handschrift heeft gekocht, met behulp van 5 externe fondsen.
Het is het laatste topstuk van de middeleeuwse Nederlandse cultuur dat tot op heden in particuliere handen was".
home
terug
verder
Schrijven - geen monnikenwerk meer
De British Library heeft (november 2000) de moeder aller gedrukte boeken op het internet gezet. Het gaat om een exemplaar uit het midden van de vijftiende eeuw. Met het drukken van deze bijbel begon de massaproductie van boeken die - ondanks de intrede van de nieuwe digitale media - nog altijd lijkt toe te nemen. Eén van de vermoedelijk achtenveertig overlevende exemplaren is in het bezit van de Britse nationale bibliotheek. Je moet overigens aardig geschoold zijn om iets van de haarscherp afgebeelde bladzijden te kunnen lezen, maar als curiosum is de
Gutenberg bijbel in elk geval interessant.
Het uitvinden van de boekdrukkunst is, zoals met veel uitvindingen, meermalen gebeurd (China 11e eeuw, Korea 14e eeuw). Aan Gutenberg wordt de uitvinding van de boekdrukkunst, ter verspreiding op grote schaal, toegeschreven. Dat was in het jaar 1450, in elk geval werd in 1454 een deel van de bijbel door Gutenberg gedrukt.
Dat Laurens Janszoon Coster in Haarlem de uitvinder van de boekdrukkunst zou zijn is niet meer te onderbouwen en moet daarom als een Haarlemse legende worden beschouwt.
Dat de Costerlegende in Haarlem zo populair was en eigenlijk nog altijd is, zegt wel wat over Haarlem. Haarlem is namelijk wel een stad van drukkers geworden en is dat nog steeds. Maar de drukkerij met de langste adem is natuurlijk de firma Joh. Enschedé & Zonen. Vanaf 1703 is de firma in de stad actief. Als drukker van de stad, van de oudste krant van Nederland, en van ons papiergeld.
home
terug
verder
Eerste druk 1477
Volkskrant 19 april 2006. Jacob Jacobszoon van der Meer en Mauricius Yemantszoon van Middelborch drukten destijds 250 exemplaren van het boekwerk. Daar zijn er nu wereldwijd nog een kleine vijftig van over. De belangstelling onder de gewone man was groot. De geestelijkheid was echter minder blij dat de bijbel nu ook in de taal van het gewone volk, en niet langer alleen in het Latijn, verscheen. De Delftse Bijbel bevat alleen het Oude Testament, zonder de Psalmen.
Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) gaf de opdracht om het werk te scannen en te digitaliseren. Het NBG had zelf nog een exemplaar in zijn bezit, dat vervolgens beschikbaar werd gesteld. A. van den Berg, bibliothecaris bij het NBG, is erg enthousiast over het project. ‘Het is mooi dat we met dit project iets van ons prachtige bibliotheekbezit aan het publiek kunnen tonen.’
Geïnteresseerden kunnen de Delftse Bijbel later dit jaar lezen op www.bijbelgenootschap.nl.
De eerste uitgave in de Nederlandse spraakkunst:

Vanaf de dertiende eeuw wordt het Middelnederlands gebruikt in officiële documenten,
maar dit was nog lang geen 'eenheidstaal'. Deze is pas geleidelijk ontstaan vanaf de
zestiende eeuw.
De eerste Nederlandse spraakkunst van H.L. Spieghel, waarvoor het Latijn model stond,
verscheen in 1584 onder de titel Twe-spraack van de Neder-Duitsche Letterkunst.
De talenstamboom van het Nederlands, waarin bovengenoemde schrijfsels zijn te plaatsen, zijn in eenvoudige vorm:
Hittitisch (Anatolië)--->Indo Europees (Grieks/Latijn/Keltisch/Germaans)--->Germaans (Noord/Oost/West)--->Continentaal (Middel, Opper, Hoogduits/Nedersaksisch plat/Nederfrankisch)--->Oudnederlands (700 n.C.)--->Middelnederlands (1150 Diets)--->Nederduits (1500)--->Nederlands
home
terug
verder
Vreemde talen
Rond 1500 was het latijn voor correspondentie gebruikelijk. Echter handelslieden waren noch geestelijken noch wetenschapsmensen en hadden een hekel aan latijn. Op de grote kantoren in Genua, Venetië en Florence kwamen brieven binnen in het Arabisch, Chinees en het Armeens of andere maar zelden in het Latijn.
Taalspecialisten zorgden voor vertaling hoewel leerboeken zeldzaam waren, laat staan woordenboeken.
home
terug
verder
Drukpers
De eerste houten drukpers was evenals een wijnpers helemaal gemaakt van hout. De belangrijke onderdelen van deze pers waren: frame, lijst, zetsel, wiggen, wagen, frisket en timpaan en de degel (drukplaat) met de hefboom. In het houten frame werden de loden letters op volgorde geplaatst. Na het aanbrengen van de inkt werd het frame dichtgeklapt en onder de pers samengedrukt.
Dit systeem bleef gedurende ongeveer 400 jaar bestaan. Eind 18e eeuw werden steeds meer onderdelen van de drukpers van metaal gemaakt. In 1805 werd de eerste metalen drukpers met inktrollen gemaakt. De grote verandering in de techniek van het drukken ontstond in de loop van de negentiende eeuw met de ontwikkeling van de cilinderpers.
home
terug
verder
Boekdrukken
De eerste die een boek drukte uit een samenstelling van losse letters was, zoals men tegenwoordig aanneemt, Gutenberg.
Hij kan daarmee "the man of the millennium" genoemd worden.
Zoals met veel grote vindingen het geval is, wordt de uitvinding van de boekdrukkunst in veel landen aan andere personen toegeschreven. In Nederland zou het idee afkomstig zijn van de Haarlemmer Laurens Jansz. Koster in ongeveer 1440.
Rond 1500 waren er meer dan 100 schriftsoorten, en er was grote naijver onder de
schrijfonderwijzers. Het eerste calligrafische leerboek in Holland stamt uit Enkhuizen (1570). Maar het beroemdste was "Spieghel der Schrijfkonste" van Jan van der Velde uit Rotterdam.
Dit boek werd in 1605 uitgegeven en werd drie eeuwen later, in 1905, nog steeds gebruikt.
De vier belangrijkste druktechnieken zijn: hoogdruk (boeken), diepdruk (gravures), vlakdruk (lichtdruk)
en zeefdruk (stencil). De nieuwe technieken zijn: Matrixprint, inkjet, bubblejet, waxprint en laserdruk.
Zie Thony's grafische technieken.
home
terug
verder
Pauselijke schrijfsels

8 ducaten voor een aflaat wegens een gepleegde moord en 9 ducaten voor kerkdiefstal en meineed. Een aflaat van bijvoorbeeld 40 dagen betekende 40 dagen minder verblijf in het vagevuur. Dat was begin 16e eeuw het prijsniveau van Pauselijke aflaten. Deze handel werd in 1505 en 1516 georganiseerd door Paus Julius II en Leo X om de bouw van de Sint Pieter te financieren. Voor Luther de bekende druppel in de emmer.
De boekdrukkunst was wellicht een welkome oplossing om grote hoeveelheden van deze aflaten te kunnen verspreiden.
home
terug
verder
Luther en de invloed van de boekdrukkunst
Op 31 october 1517 stuurde Luther een brief, met als bijlage zijn 95 stellingen tegen de aflaathandel, aan de bisschop en de aartsbisschop. De aflaathandel is, zoals nu bekend verondersteld kan worden, een misdadig systeem.
Als voorbeeld stelling 6: De paus kan geen enkele schuld vergeven tenzij etc.
De bedoeling was te komen tot discussie met andere geestelijken. Hij kreeg geen reactie. Maar binnen enkele weken waren de stellingen vertaald en op grote schaal verspreid. En werden niet meer alleen door de bisschop, aartsbisschop, de paus en de keizer gelezen. Luther kreeg, ongewild, een ongekend succes. Het begin van een andere vorm van massacommunicatie.
Het succes van Luther's stellingname werd verlengd met de uitgifte van zijn preek zoals "aflaat en genade" en zijn vertalingen van de bijbel, allemaal in het Duits.
In 1523 werden in het Augustijner klooster te Antwerpen enkele van zijn voormalige leerlingen de eerste slachtoffers van de nieuwe kettervervolging. Maar de veranderingen bleken uiteindelijk niet meer te stoppen. En degenen die dit inzagen redden Luther's leven.
home
terug
verder
Anna Bijns, belangrijk literator in de 16e eeuw
De felste bestrijder van de hervorming was Anna Bijns, een dichteres die haar hele leven in Antwerpen woonde en werkte. Ze was onderwijzeres en had een eigen schooltje. Maar ze kon vooral ook erg goed schrijven en deed dat in de stijl van de rederijkers. Al gauw werden haar gedichten ook gedrukt, niet in de eerste plaats vanwege hun literaire waarde, maar vooral omdat ze daarin zo fel van leer trok tegen Luther en zijn kornuiten. (Literatuurgeschiedenis 16e eeuw)
Maar de teksten van Anna waren in die tijd superieur aan alle geschreven tekst in het Middel-Nederlands en voorgedragen in de rederijkerskamers of op een dichtfestival. Haar teksten werden vertaald in het Latijn en hadden ook weinig meer te maken met het verschil tussen man en vrouw.
home
terug
verder
Papiermolen

De eerste papiermolens, aangedreven door waterkracht, werden vanaf het begin van de 15e eeuw gebouwd in Duitsland en de zuidelijke Nederlanden.
Na het begin van de reformatieoorlog (80 jarige oorlog) oorlog werden ze ook gebouwd in de noordelijke Nederlanden. De papiermolen werd aangedreven door waterkracht ook was water nodig bij de bereidingsproces. De mechanische hamers sloegen de gebruikte grondstof tot pulp. De grondstof bestond aanvankelijk uit vodden (voddenman) en later uit hout. Het papier werd geschept door de papierschepper op een zeefraam. Dit geschepte papier werd eerst gestapeld, daarna geperst en gedroogd. Uiteindelijk nog belijmd en gedroogd om het beschrijfbaar te maken.
In Nederland werd, vanaf 1780, de techniek van het "verpulpen" belangrijk verbeterd alsmede de techniek van de fabricage.
In de 2e helft van de 20e eeuw werd het hergebruik van gebruikt papier als grondstof steeds belangrijker. Tot circa 70% van de benodigde grondstof wordt ingezet in de vorm van gebruikt papier.
home
terug
Het Wilhelmus
Het oudste volkslied ter wereld
Een studie van Dr. A.C. den Besten (Leiden, 1983) wijst uit dat het hoogstwaarschijnlijk geschreven is in de zomer van 1570. De muziek is afkomstig uit Frankrijk, waar het door Franse soldaten werd bedacht tijdens de belegering van de stad "Chartres" ten zuidwesten van Parijs.
Universiteit Groningen: Gudrun Dekker-Schwichow 11 oktober 2008: Volgens haar onderzoek is het Wilhelmus tijdens het Beleg van Haarlem door de Spanjaarden tot stand gekomen tussen 7 en 31 december 1572. Bekend was dat het Wilhelmus, sinds 1932 het nationale volkslied, tussen 1568 en 1572 is gecomponeerd. Dekker concludeert ook dat het lied is geschreven door Philips van Marnix, heer van St. Aldegonde (1540-1598). Historici hadden hem al aangewezen als de veronderstelde schrijver.
Het Japanse volkslied heeft de oudste tekst (9e eeuw) echter de muziek bij die tekst is pas in 1880 geschreven, dus het Wilhelmus is met recht het oudste volkslied.

Vele deskundigen noemen Marnix Heer van Sint Aldegonde (1540-1598) de schrijver van dit Geuzenlied. Hij was letterkundige en studeerde zowel theologie als rechten en was bovendien een vriend en dienaar van Willem van Oranje. De auteur verdedigt in het Wilhelmus het leiderschap van de Prins van Oranje en dus kan het ook gezien worden als een propagandalied.
Het duurde tot 10 mei 1932 dat het de status van officieel Nederlands volkslied kreeg. Er werd een competitie gehouden en het lied van Tollens werd gekozen als het nationale lied. Omdat dit lied een nogal racistisch karakter had (zeker voor de huidige maatstaven) kwam er in Nederland een beweging op gang die liever het Wilhelmus als volkslied wilde. In mei 1932 stemde het kabinet voor het Wilhelmus als nationaal volkslied.
In 1990 is in de Parijse Bibliothèque Nationale de oudste versie van het Wilhelmus gevonden in een Geuzenliederenboek uit 1577. Doordat de tekst enigszins afwijkt van de tot dan toe oudste tekst, zorgde deze vondst voor nogal wat opschudding. Na de ontdekking van het boek is deze ondergebracht in een beschermd gedeelte van de bibliotheek. De vondst bracht geen zekerheid over de auteur of het jaartal waarin het is geschreven.
Het Wilhelmus is geschreven in de tijd van de Rederijkers en is dan ook een Rederijkersvers. Een populaire dichtvorm binnen deze literatuurstroming is het naamdicht (of: acrostychon). Dit wil zeggen dat de eerste letters van elk couplet een naam of woord vormen. In het geval van het Wilhelmus is dit: Willem van Nassov. (http://www.wilhelmus.nl/OntstaanWilhelmus.html)
home
terug
verder
Abel Eppens schreef zijn kronieken in het Nederduits
Abel Eppens schreef goed in het latijn. Hij schreef zijn kronieken in ballingschap in Duitsland in de jaren 1580-1590.
Maar hij schreef deze in het Nederduits. Dat was en is geen uniforme taal en daarom vaak op het eerste gezicht moeilijk te begrijpen met af en toe fonetisch weergegeven tekst.
Abel Eppens was een (gestudeerde) eigenerfde boer uit Eekwerd, dit ligt bij Wirdum in Groningen. Hij is één van de meest geciteerde bronnen van de geschiedenis uit de jaren 1550-1590, de roerigste tijd ooit in Groningen.
Hij werd met de dood bedreigd en moest in 1580 vluchten evenals honderden andere boeren in Groningen, gedurende 10 jaar bleef hij in ballingschap tot aan zijn dood.
De reductie van de stad in 1594

De capitulatie-voorwaarden waarbij het Spaansgezinde Groningen zich anno 1594 voegde naar de opstandige provinciën, blijken in het Engels vertaald te zijn. De bibliotheek van Harvard heeft een exemplaar van het boekje, dat indertijd werd gedrukt en uitgegeven door John Wolf in Londen.
Dat werd ontdekt op Early English Books Online. Dit EEBO wil alle Engelse boeken die van ca. 1475 tot 1700 verschenen in facsimile - als pdf- en tiffbestanden - beschikbaar stellen. Momenteel bevat de site al bijna 110.000 van de 125.000 bekende titels.
Het gebruik van EEBO is voorbehouden aan bibliotheken. Die moeten daarvoor vrij zwaar in de buidel tasten. Maar als je lid bent van een bibliotheek kan je een free trial aanvragen.
Meer onderwijs
Op het gebied van het onderwijs liep ons land, in het algemeen, niet voorop. Vergeleken met bijvoorbeeld de Griekse en later de Romeinse traditie tot 400. En de beperkte mogelijkheden later. In de 16e eeuw treft men vele parochiescholen aan waar de leerlingen in 't algemeen gedurende twee jaar onderwezen werden. Latijnse scholen waren gevestigd binnen de muren van Utrecht en een aantal Hanzesteden.
Het onderwijs stoelde tot het eind van de Middeleeuwen op de Rooms Katholieke leer.
De tachtigjarige oorlog zorgde voor een ommezwaai en een Calvinistische tint.
Universiteit te Leiden.
Het geschenk van Prins Willem van Oranje aan de stad Leiden voor het kranige verzet tegen
de Spanjaarden in de 80-jarige oorlog was de eerste universiteit in Nederland (1575). Daarna
werden gevestigd de universiteiten in Groningen en in Utrecht.
Jan Huygen van Linschoten

Het eerste grote reisverhaal met grote gevolgen.
In 1596 werd het itinerario van Jan Huygen van Linschoten uitgegeven. Het bevatte zijn reisbeschrijvingen met gedetailleerde navigatieinformatie naar Oost Indië en omgeving. De beschrijving van de verhandelbare producten was naderhand belangrijk voor de leden van de in 1602 opgerichte VOC.
In de periode 1581-1593 verzamelde Jan Huygen deze informatie tijdens zijn reizen met de Portugezen maar ook door bij zijn beschermheren zoals de aartsbisschop van Goa de archieven te raadplegen.
Al in 1600 was zijn boek vertaald in het Latijn, Frans, Duits en Engels. Na 1596 maakte hij, om de route naar het oosten te verkorten, 2 mislukte verkenningsreizen door het noorden alvorens anderen tijdens de 3e expeditie kwamen vast te zitten op Nova Zembla.
.
Het eerste aandeel

De Verenigde Oostindische Compagnie is opgericht in 1602. Daarmee begon een internationale handel waarmee geld te verdienen was. Maar om mee te doen met deze handel moest je geld inbrengen. Als men geld inbracht in deze compagnie dan ontving men als bewijs een gedrukt en beschreven papier met de vermelde waarde genaamd aandeel.
Dit was het eerste aandeel wereldwijd en werd in 1606 uitgegeven door de VOC = Verenigde Oostindische Compagnie.
Synode van Dordrecht
De eerste synode van de gereformeerde kerk in Nederland werd gehouden in de grote kerk te Emden in 1571. Emden bestond voor de helft uit vluchtelingen (>6000) en Menso Alting was predikant van de grote kerk, de gastheer van deze synode. Besloten werd tot een gereformeerde organisatie van kerkraden, classis en synoden, de oude hierarchie werd afgezworen. De tweede synode werd gehouden in Dordrecht en de derde in 1618/1619 ook in Dordrecht.
In de synode van 1618 werd, voorzover buitenlanders aanwezig waren, gepraat in het Latijn. Tijdens deze synode werd de remonstrantse leer veroordeeld.
En er werd besloten om te komen tot een bijbelvertaling. De Statenbijbel kwam in 1637 gereed en is van grote invloed geweest op onze taal.
Menso Alting was geboren te Eelde. Hij werd pastoor (door een prebende) te Sleen en vicaris te Haren in 1564. Dit was om zijn verdere studie in Keulen en Heidelberg te bekostigen. In Friesland (Oost Friesland, Groningen en Friesland) kreeg hij grote invloed, Emden werd een Calvinistisch bolwerk.
School
Het r.-k. onderwijs van de parochie- en kloosterscholen verdween in Groningen met de reductie in 1594. Daarna werd dit onderwijs georganiseerd vanuit de gereformeerde kerk.

In de eerste plaats werd het lezen geleerd om de bijbel en psalmen te kunnen lezen. Schrijven en rekenen kregen een lagere prioriteit. De schoolmeester was ook koster, voorzanger, organist, klokluider en doodgraver om het hoofd boven water te kunnen houden. In 1654 werd een schoolorde op provinciaal niveau afgesproken.
Eerst met de schoolwetten van 1801 en 1803 werd onderwijs landelijk geregeld. Begin 19e eeuw was ongeveer circa 40% niet in staat de eigen naam te schrijven. Veel nieuwe scholen werden gesticht na de cholera-epidemie van 1866 om de leefomgeving te verbeteren.
Stalen pen
Het is met de stalen pen als opvolger van de ganzeveer als met veel uitvindingen. Ze werden telkens
opnieuw uitgevonden. Echter met de industrialisatie (19e eeuw) werd het mogelijk de pen in grote aantallen tegen
een lage prijs te maken.
Reeds in 1700 schreef Roger North aan zijn zuster: (blz. 130 the story of writing)
Je zou nauwelijks kunnen zien dat ik dit schrijf met een stalen pen. Het is een uit Frankrijk afkomstige
vinding... Als ze er handigheid in krijgen ze nauwkeurig te maken, zal vast een einde komen aan de heerschappij
van de ganzeveer want niemand die met de nieuwe uitvinding heeft geschreven, zal nog iets anders willen."
First patent 1714
The first references to what we would call a typewriter are buried in the records of the British patent office. In 1714, by the grace of Queen Anne, a patent was granted to the English engineer Henry Mill. In a brave attempt towards the longest sentence in the English language with the minimum use of punctuation, the wording of this patent's title was:
"An artificial machine or method for the impressing or transcribing of letters singly or progressively one after another, as in writing, whereby all writing whatever may be engrossed in paper or parchment so neat and exact as not to be distinguished from print."
Mill never got around to actually manufacturing his machine. So from this moment on it's better not to speak of an invention, much later, in the years 1850-1870 at different places there were many "inventions" of a writing-machine.
Schrijfmachine van de Resident
Na een zeer moeilijke periode werd hij in 1850 assistent-resident in Menado (Celebes). Na 87 jaar (in 1937) werd door de schrijver E. du Perron in de archieven van Menado en Amboina gespeurd naar zijn schrijfsels en geschiedenis. Gevonden werd onder andere een brief aan zijn broer Pieter, daarin noemde hij zich de schrijfmachine van de resident. Veel uit deze schrijfsels is opgenomen in deel 9 van de verzamelde werken: Dit verhaal gaat natuurlijk over één van de belangrijkste vernieuwers van de geschreven taal in Nederland: Eduard Douwes Dekker.

Na de publicatie van zijn boek Max Havelaar te noemen Multatuli.
Hij noemde zich schrijfmachine alleen omdat hij eigenlijk liever zijn eigen gedachten en ideeën (met een pen) op papier zette.
Kopieermachine

In 1780 werd patent verleend op een vermenigvuldigmachine (James Watt). Zijn compagnon
Matthew Boulton werd op grove wijze de deur van de Bank of England uitgewerkt, omdat men
de mogelijkheid van het vermenigvuldigen van bankbiljetten vreesde!. Maar dat verhinderde niet dat de
verkoop een groot succes werd.
naar boven