Gerrit Krol
Ontving de poëzieprijs van de gemeente Amsterdam in 1970, de Multatuli-prijs 1981, de Constantijn Huygensprijs 1986, in 1996 de Busken Huëtprijs voor De mechanica van het liegen, de P.C. Hooft-prijs 2001, Uitreiking VU-eredoctoraat aan Gerrit Krol, Amsterdam, 20 oktober 2005
Meer pagina's over:
KB en Krol
Schrijver en dichter
Er is behoefte aan inzicht onder de mensen.
Aan meer inzicht, aan dieper inzicht
en ieder is bezig met zijn eigen inzicht.
Ieder graaft, op weg naar inzicht, een kuil
en de kluiten gooit hij in de kuil van de ander.
(Gerrit Krol, 'n Kleintje Krol, blz. 18)
Gerrit Krol werd in 1934 in Groningen geboren. Hij beschrijft zijn jeugd in de roman De oudste jongen (1998).
Hij studeerde wiskunde en werkte als computerprogrammeur bij Shell en als systeemontwerper bij de NAM, onder andere in Zuid-Amerika en Nigeria. Over zijn werk voor de NAM in Groningen schreef hij 60.000 uur (1998), een autobiografie over het leven als systeemanalist.
Hij debuteerde in 1961 met gedichten in de tijdschriften Barbarber en Hollands Weekblad. Zijn eerste roman, De rokken van Joy Scheepmaker, verscheen in 1962. In 1981 kwam er een herschreven versie.
Rondo Veneziano is zijn laatste essay, voor de liefhebbers van Krol: Met een stijl die het midden houdt tussen essay, poëzie en fictie, met geweldige invallen en prachtige parodieën (bijvoorbeeld op de geslachtsregisters in de bijbel. In die stijl wordt hier de voortgang van de wetenschap beschreven, met 'leerde' in plaats van 'gewon'). Het is het boek van een schrijver op de toppen van zijn kunnen, helemaal niet van een schrijver die de pen moet neerleggen vanwege dat rottige Parkinson. (Marc van Oosterdorp)