Moi! Grunneger en de geschiedenis van Groningen,
Virtuele galerij van voormalig cultuurbezit van Groningen (inzicht 2007)
Bijgaand een afbeelding van de obelisk die op het Sint Pieterplein te Rome staat. In het jaar 39 n.C. is deze geplaatst in het circus van Galigula, later genoemd circus van Nero. In 1586 is de obelisk verplaatst naar het Sint Pieterplein.
Deze obelisk stond, evenals de 12 andere in Rome, ongeveer 2000 jaar in Egypte. Maar werd door de Romeinse heerser Galigula ontvreemd en overgebracht naar Rome. Zie ook Obelisco Vaticano.ppt
Vandaag de dag zouden we dit een ernstige vorm van diefstal kunnen noemen. Maar beter niet, beseffend dat dergelijke "ontvreemdingen" overal en altijd gebeuren.
Ten tijde van de ontvreemding hadden de bezitters geen oog voor de cultuurwaarde van een voorwerp. Maar helaas is het vaak gewoon een roof geweest. In veel gevallen kan ook gesproken worden van reguliere aankoop.
Bijgaand een verzameling voormalig cultuurbezit afkomstig van Groninger bodem. Deze verzameling ontstond tijdens mijn verkenning van de geschiedenis van de provincie Groningen.




Enkele feiten: Het jaar 1921 was een rampjaar voor het reddingswezen: de boot van Schiermonnikoog sloeg om, de Brandaris verging en de boot van Hoek van Holland kapseisde, totaal 10 redders kwamen om. Op initiatief van de Delfzijler Mees Toxepeus (schipper op Rottumeroog) werd de eerste zelfrichtende stalen boot ontworpen en gebouwd door de scheepswerf van Jan Niestern in Delfzijl. De eerste schipper was Mees Toxopeus in 1927 en vanaf 1950 zijn broer Klaas Toxopeus uit de Delfzijler schippersfamilie. Rottumeroog had geen haven daarom werd Oostmahorn de thuishaven van deze legendarische motorreddingsboot.
Bijgaand een afbeelding van het oudste kerkorgel in Nederland, afkomstig van de kerk in Scheemda en gemaakt in 1526. Dit orgel hangt sinds 1874 in het Rijksmuseum te Amsterdam.
Orgelbouwer R. Meijer bood het te koop aan en redde het daarmee van de slopershamer. Waard om bekeken te worden! Ook waard om bekeken en gehoord te worden het orgel van Krewerd (uit 1531!).
10 oktober 2008: De vernieuwing van het Rijksmuseum duurt nu al jaren en kost heel veel geld.... Belangrijke stukken zoals het orgelfront van Scheemda dreigen definitief in opslag te verdwijnen.
Maar, evenals met het doopvont van Zandeweer het geval was, komt hier ook de mogelijkheid dat Scheemda weer in bezit komt van het eigen cultuurgoed!
De voormalige molen uit de Rozenburgerpolder, bij Scharmer (gemeente Slochteren), is gebouwd in 1892. In 1957 is de bovenbouw van deze molen (via een sponsor) overgebracht naar de Keukenhof en weer opgebouwd, adres Keukenhof 8 te Lisse.
Waarschijnlijk is de onderbouw van de molen in de keukenhof afkomstig van de molen van Leermens. Opmerkelijk dat de sarrieshut bij de voormalige molen van Leermens nog altijd bij de oude molenplaats staat.
Onder leiding van een archeoloog werd indertijd door de medewerkers ijverig de schop gehanteerd. En alle urnenvelden zijn met de grond gelijkgemaakt, een triest resultaat.
In de provincie Groningen groeit het bezit van de natuurverenigingen nog ieder jaar, de waardering van oude cultuuroverblijfselen veranderd. Wellicht is de tijd aangebroken om een oud grafmonument te herstellen?
Ook bijzonder: Waar is de inhoud van al die urnenvelden gebleven? Van één van de laatste velden, ontdekt bij de urnenhoeve in de Wedderbergen (destijds van H. Principaal), zijn er 144 bij het Groninger museum terechtgekomen. De 2 "verloren" exemplaren kwamen in juni 2007 terug in de urnenhoeve (schenking familie Veldhuyzen van Zanten). Mijn idee: breng de 144 urnen terug naar de enig juiste plaats.
De stichting Fivelingo beheert bodemvondsten en dat zijn helaas in het algemeen fragmenten en brokstukken.
Deze ribbelurn, bodemvondst uit Loppersum, is een heel gaaf voorbeeld van aardewerk uit de laat-Romeinse tijd en zou bewaard worden in het Museum van Oudheden. Maar in welk museum van oudheden is deze te bekijken?
Ondanks het feit dat het orgel al langere tijd niet bespeeld werd, waren de mensen uit Heinenoord onder de indruk van de klank van het orgel van Oterdum.
Daarom kochten de heren van de kerkelijke gemeente Heinenoord het orgel van de kerk van Oterdum. Het proces van afbraak van het dorp Oterdum kwam in een stroomversnelling. Alles werd daarna volledig gesloopt.
Exakt op de plaats van de vroegere toren staat nu het dijkmonument van Oterdum.
De rijksarchitekt van het Rijksmuseum in Amsterdam had iets met stadspoorten: Tijdens de algemene afschaf van de stadswallen door de Rijksoverheid (in 1883) voerde hij in de bouw van het Rijksmuseum in Amsterdam de stadspoort weer op.
Het Rijksmuseum werd ook de stadspoort, voor voetgangers en fietsers, van Amsterdam-Zuid naar het centrum. En in 2005 werd er weer heel veel geïnvesteerd in de renovatie........
Wat maakt het verschil?
Ook de stadswallen in Groningen waren rijksbezit. Het rijk gaf, na lang aandringen, toestemming om de stadswallen te slechten teneinde de zuidelijke uitbreiding mogelijk te maken.
En de rijksarchitekt van Groningen (dezelfde dan die van het Rijksmuseum) zorgde ervoor dat in zijn project Rijksmuseum ook een interessante tuin gevuld werd met stadspoorten van elders (Deventer en Groningen).
Een positief voorbeeld hoe het zou moeten. Dit doopvont komt september 2006 terug op de oude plaats. En dat is de plek vòòr de preekstoel in de kerk van Kantens, iedereen weet dat daar dat doopvont moet staan. In elk geval een betere plaats dan in een museumopslag. (Erfgoedinspectie, verslag Beheer Rijkscollectie 2000-2005)

In Nederland zijn 40 rijksmusea gevestigd. Deze beheren onze erfgoedcollecties. Totaal zijn daar direct ongeveer 1500 man dagelijks mee bezig. En er zijn veel indirekt betrokkenen zoals specialisten verbonden aan ministeries en onderwijsinstellingen. Van deze 40 instellingen is geen enkele gevestigd in Noord-Nederland (Drenthe, Friesland en Groningen).
Een heroverweging voor de juiste localisering zou op zijn plaats zijn.
Amsterdam: Van Gogh Museum, Stedelijk Museum, Rijksakademie van Beeldende Kunsten, Het Rijksmuseum, Nederlands Scheepvaartmuseum, Tropenmuseum / Apeldoorn: Paleis Het Loo Nationaal Museum / Arnhem: Het Nederlands Openluchtmuseum,
Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek / Baarn: Kasteel Groeneveld / Delft: Museum Lambert van Meerten,
Koninklijk Militair-Historisch Museum (Legermuseum) / Den Haag: Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis, Museum de Gevangenpoort, Museum Meermanno, Museum Mesdag, Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie / Den Helder: Marinemuseum /
Dordrecht: Collectie Bilderbeek-Lamaison, Dordrechts Museum / Doorn: Museum Huis Doorn / Enkhuizen: Rijksmuseum Het Zuiderzeemuseum / Enschede: Rijksmuseum Twenthe / Hoenderloo: Jachthuis Sint Hubertus / Leiden: Museum Boerhaave, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Rijksmuseum van Oudheden, Rijksmuseum voor Volkenkunde / Lelystad: Nederlands Instituut voor Scheeps- en Onderwater, Archeologie / Medemblik: Museum Kasteel Radboud / Muiden: Rijksmuseum Muiderslot/ Nijmegen: Collectie Kam, Museum het Valkhof / Otterlo: Kröller-Müller Museum / Poederoijen: Museum Slot Loevestein / Rotterdam: Mariniersmuseum, Nederlands Architectuurinstituut / Rijswijk: Instituut Collectie Nederland / Santpoort: Ruïne van Brederode /Soesterberg: Militaire Luchtvaart Museum / Utrecht: Museum Catharijneconvent, Geld- en Bankmuseum (opent maart 2007) / Veere: Schotse Huizen / Voorhout: Ruïne van Teylingen.
Troonrede september 2006: Nederland krijgt een Nationaal Historisch Museum, maar waar precies weten we nog niet.
Aanvulling: in elk geval niet in Noord-Nederland. Wordt het misschien Den Haag of Amsterdam? Het Rijksmuseum zou een juiste keus zijn, maar daar is de afgelopen jaren al te veel geld aan uitgegeven. Zijn de andere museumdirecties bereid hun mooiste stukken aan een nieuw museum af te staan?
Overigens hebben een aantal Rijksmuseums voor kunst en geschiedenis, zoals het Rijksmuseum in Amsterdam al hun versie van de canon van de geschiedenis gemaakt.
Waarom meldde Groningen zich niet aan voor vestiging van het Nationaal Museum? Waarschijnlijk omdat men weet geen kans te maken door de afstand Groningen-Den Haag en heeft men daardoor minder affiniteit met het onderwerp. Hoewel een virtueel (voor onderwijsdoeleinden) museum ook een oplossing kan zijn.
29 juni 2007: De vestigingsplaats wordt Arnhem, investering 50 mln, jaarlijkse subsidie 12 mln, prognose 250.000 bezoekers (gebaseerd op de 400.000 van het Openluchtmuseum).

De archeologische collectie van het Rijksmuseum voor Oudheden is afkomstig uit vier gebieden: Nederland, Egypte, het Nabije Oosten en de klassieke wereld. De collectie telt meer dan 80.000 voorwerpen. Van majestueuze Romeinse keizerbeelden tot prehistorische sieraden van goud. Van indrukwekkende Egyptische mummiekisten tot Etruskische meesterwerkjes in brons. In de vaste presentatie kunt u bijna 6.000 stuks uit die enorme collectie bewonderen. De rest wordt bewaard in depots.
Het aantal objecten groeit nog elk jaar. Via verschillende kanalen heeft het museum de afgelopen tijd aanwinsten voor de collecties verworven. Archeologen van het museum doen elk jaar opgravingen en onderzoek in Sakkara (Egypte) en Tell Sabi Abyad (Syrië). Al in de negentiende eeuw werden veel objecten toegevoegd aan de bijzondere collectie van het museum.
Het museum biedt een mogelijkheid over de grenzen van het verzamelen te discussiëren: Wat is diefstal, wat niet. Mag een vondst beschadigd worden om het te onderzoeken etc.

Over verloren cultuur: in de opslagruimten van musea en universiteiten worden steeds meer ontdekkingen gedaan. Zo vond schrijver Arthur Japin bij het onderzoek in Leiden voor zijn schrijfsels een hoofd op sterk water. Het bleek het hoofd van de koning van Ghana (Badu Bonso II 19e eeuw) te zijn!.
N.b. Bijgaande foto werd getoond in het programma van Pauw en Witteman (26 october 2008)maar heeft niets met het betreffende hoofd te maken.
In de begrafeniscultuur van Ghana is het onmogelijk om een hoofd apart te begraven. Het moet dus roof geweest zijn. Inmiddels is door de plaatsvervangend ambassadeur van Ghana gezegd dat het hoofd in Ghana thuishoort. Overigens beleeft Japin veel genoegen met deze ontdekking: hij onderhield zich met Koningen Beatrix en met de koning van Ghana Kufour over dit gevonden hoofd. Menig schrijver zou graag zo'n inspiratiebron willen hebben.....
Mogelijk krijgen museum en universiteit een probleem en wellicht is Leiden al in last: er kunnen nog veel meer lijken uit kasten tevoorschijn komen. Teruggave van het hoofd schept wellicht een verplichting voor volgende ontdekkingen.
Knollen voor citroenen? - een artikel van Egge Knol, conservator museum Groningen.
(weergave)
In 1894 opende het Groninger Museum zijn poort aan de Praediniussingel. Initiator Jhr. Mr. J.A. Feith voorzag een aantal stijlkamers. Het museum was groter voorzien, dan gebouwd. In 1903 en 1907 werd er een vleugel bijgebouwd. In de laatste vleugel was de achterste kamer gereserveerd voor een Westerwoldse kamer. Feith werd bij zijn inrichting geholpen door zijn vrouw, Jonkvrouw Gockinga en verdere gezinsleden. Feith: Het meest aantrekkelijke van den arbeid was voorzeker het in orde brengen van de Westerwoldse kamer door velen als de "clou" van het museum beschouwd. De Westerwoldse kamer groeide in korte tijd uit tot een icoon van de Groninger cultuur en bleef dat tot het laatst.
De Westerwoldse kamer werd afgebeeld op koekdozen van Klaassens koek, vormde de achtergrond voor prentbriefkaarten van Groninger dracht, kreeg als "kraamkamer" een plaats in de Groninger Encyclopedie van K. ter Laan en was feitelijk nep.

Westerwolde, zo wist Feith, was een bijzonder gebied. Landschappelijk gezien overeenkomend met het Drents landschap maar met de eigen geschiedenis. In de middeleeuwen behoorde het kerkelijk tot het bisdom Osnabrück, terwijl de wereldlijke macht bij de bisschop van Munster hoorde. Westerwolde was een heerlijkheid waarmee de landsheer leenmannen kon belenen. Zo was de graaf van Aremberg in de 16de eeuw één van die leenmannen. In 1593 verwierf de Staten-Generaal de leenheerlijkheid. In 1619 kocht de stad Groningen het leen(man)heerschap voor f 140.000 van een koopman. Feith ging er van uit dat deze geschiedenis ook tot een eigen karakter van de materiële cultuur leidde. In de kamerbetimmering zag hij Westfaalse invloeden.
De Groninger cultuurhistoricus Johan de Haan kwam bij zijn grondige studie van het Groninger interieur echter tot de slotsom dat het snijwerk volkskunstig was, en dat niets op Westfaalse invloeden wees. De voorwerpen waren grotendeels afkomstig uit andere streken, veelal geschonken door de elite en de kamer was veel te hoog voor de betimmering. Het was zo niet een originele kamer, maar veeleer een voorbeeld van invented tradition?. Maar, en dat zal van grote invloed zijn geweest, het was de enige stijlkamer die niet gewijd was aan de cultuur van de elite. De andere stijlkamers, hoe mooi ook ingericht met oude spullen uit Groningerland, toonde de wereld van de jonkers, de rijke burgemeesters, kortom de regenten van Stad en Ommeland. In een overwegend agrarische samenleving was de Westerwoldse kamer de plek waar men de eigenheid ervoer. Hier dacht men als Groninger, hier ben ik thuis. Dit is de ideale achtergrond voor mijn drachtfoto's. Dit is iets voor mijn koekdoos.
In 1968 besloot directeur Westers dat stijlkamers uit de tijd waren en werd ook de Westerwoldse kamer opgeheven. De kamer verdween in de depots van het museum. De Westerwoldse kamer bleef echter voortleven in de herinnering van zeer velen. Ook bij de auteur van dit artikel die als schooljongen ter herinnering aan zijn bezoek de hier afgebeelde prentbriefkaart van zijn schamele zakgeld kocht.
(tot zover de aangepaste weergave)
Conclusie en mening
Op een aantal plekken heb ik de enigszins neerbuigende schrijfwijze aangepast, tekst in rood heb ik toegevoegd. Het kan begrijpelijk zijn dat een stijlkamer niet past in de doelstelling van het museum echter de motivatie is veranderd in prietpraat:
- een historicus zou een onderwerp in het licht van de tijd moeten plaatsen
- waar wordt of werd ooit een stijlvaste kamer gevonden (naar mijn mening nergens)
- de verbeterde inzichten zouden kunnen leiden naar meer stijlvastheid
- waarom wordt het in opslag van het museum gezet? Daar hebben alleen de schoonmaker en de beheerder er wat aan.
Achteraf zou men, over het instandhouden van de burcht te Wedde, kunnen zeggen dat de stad Groningen de burcht heeft verwaarloosd en verkwanseld. De enige borg in Groningen die de status van kasteel gedurende honderden jaren heeft gehad. Maar dat is in het licht van vandaag makkelijk gezegd, ik zou bovendien dezelfde fout maken dan dhr. E. Knol.
Groningen en Grunneger